Na enkele geruchten te hebben vernomen dat het kalm was op mijn blog, en na wat introspectie er achter te zijn gekomen dat dat ook het geval was, vond ik dat het zo langzamerhand maar weer tijd werd om even te schrijven wat er hier gebeurt.
Nuja, er gebeurt eigenlijk niet zoveel wat jullie nog niet weten, maar laat me beginnen met waar ik was gestopt: De reis van Angel en mij naar Nagasaki! Daar stonden we dan, in de klauwen van de draak, wachtend om verorberd te worden als hulpeloze schapen, maar toen kwam Fritsie! We gingen voor Nagasaki eerst nog even een dagje heen en weer naar een plek genaamd Dazaifu. Dit is de grootste toeristische plek in en buiten Fukuoka, wat treurig is, want dit betekent dus ook dat er in de stad niet zoveel te doen is. Dazaifu verdient echter wel wat meer aandacht, want het is ook best een mooie plek. Het staat binnen Japan bekend als de Shinto schrijn waar je kan bidden en offers maken voor het binnenkomen van je gewenste universiteit of die baan krijgen waar je altijd van droomde. Het ligt een half uurtje buiten Fukuoka, en natuurlijk is de tempel omgeven door toeristische winkeltjes. Studenten die we waren, negeerden we deze straal en gingen we door naar de tempel zelf. Het was niet zo druk, dus dat was wel fijn, en we besloten van de gebaande paden af te gaan door op een willekeurige plek de berg die om de schrijn heen lag te gaan beklimmen. Toen stonden we ineens in een gebied waar helemaal niemand stond, met aan de ene kant beneden de schrijn, en de andere kant beneden een wazig pretpark waar niemand was. De apparaten werkten echter wel, wat leidde tot een nogal schimmige sfeer. Vervolgens liepen we langs nog een klein verlaten Shinto complex, door een rustiek gebied met allemaal Torii (Van die rode poortjes) en het geheel zag er erg mooi, zei het verlaten uit. Uiteindelijk kwamen we zelfs uit bij een tunnel met een steen ervoor, dus de referentie naar de film Spirited Away (voor wie hem gezien hebben) was compleet! We wilden als afsluiter voor deze vreemde dag gaan eten bij het Zwitserse restaurant "Hause", maar dat bleek nogal populair te zijn en het deed de eigenaar pijn in zijn hart om wat mij, waarschijnlijk volgens hem een potentiële Zwitser, en Fritsie en Angel af te moeten wijzen in zijn nederige stulp. Tot nu toe heb ik daar nog niet kunnen eten, maar dat moment komt nog wel!
Vervolgens: Nagasaki! We zouden wat later op de dag gaan, want ons contactpersoon Martijn had nog wat zaken te regelen, dus dat paste goed bij Angel en mijn schema: niet zoveel doen. Uiteindelijk zaten we toch echt in de supermooie trein naar Nagasaki, die eruit zag als een Shinkansen maar dan ook nog met leren stoelen! Hier dient bij vermeld te worden dat Angel en ik in Kyoto een 5 dagen kaart hadden gekocht. Deze kaart kon je 5 afzonderlijke dagen afstempelen om een hele dag te kunnen treinen. Omgerekend kostte dat maar 19 euro per dag ofzo, en was dat dus een uiterst goeie deal. De catch hier was dat je alleen maar normale treinen kon gebruiken en sommige iets snellere, maar het kost dus wel erg veel tijd. Wij naïevelingen verkeerden onder de indruk dat je dan ook wel die trein naar Nagasaki kon gebruiken, omdat ie niet onder de Shinkansen viel. Aangezien er nog maar 3 stempels over waren, besloot ik toen (dit nog niet wetende) een apart retourtje te kopen, zodat Angel de laatste 3 kon gebruiken voor een retourtje Nagasaki en de terugweg naar Kyoto. Natuurlijk bleek die stempelkaart niet te gelden uiteindelijk, en moest hij uiteindelijk meer dan ik betalen. Dat was dus redelijk zuur, maar uiteindelijk kwamen we toch aan en werden we opgehaald door Martijn en Allard. Het was een gelukkig weerzien, ook al had ik ze dan een maand geleden al gezien. Fritsie zou later komen, want het leek hem een goed idee om met 9 andere Nederlanders het Nieuwjaar in te luiden.
Nu moet er ook even uitgewijd worden over hoe het in Nagasaki verliep. Het slapen zou een probleem worden, want we zouden bij de Nederlanders aldaar slapen, maar er was daar geen slaapgerei. Ik had gelukkig een klein matrasje bij me, en Angel was iets te licht bevoorraad, maar het ging nog net, dachten we. Echter, de huiskamer was akelig koud, ook al stond de verwarming dan op maximaal. Het zou nog een probleem worden als Fritsie kwam, want die had helemaal niets bij zich. Voordat slapen een probleem zou worden, gingen we echter eerst Okonomiyaki (Japanse pannenkoek met ei en groentetjap) eten in een authentiek klein restaurantje alwaar wij gratis eten kregen omdat we buitenlanders waren. Vervolgens spoedden wij ons naar een Baard's izakaya (drinkplek waar je ook wat kan eten) en hebben we een hele gezellige avond gehad.
Omdat bij de vorige keer Nagasaki de trekpleisters van de stad er een beetje bij in waren geschoten, gingen we de volgende dag naar het Vredespark, wat dicht in de buurt lag bij de appartementen. We konden, zo merkten we, niet naar het museum wat erbij hoorde omdat het al zo dicht bij oud en nieuw was, dus we liepen alleen rond in het park, om daarna door te struinen naar het epicentrum van waar de bom echt was gevallen. Het schijnt dat het museum een hevige indruk maakt, maar ook bij het zien van deze zaken raakte ik al een beetje ongemakkelijk. Het blijft voor mij toch moeilijk te geloven hoe de mensheid tot zoiets gedreven kan worden, hoe cliché dat dan ook klinkt. We ontmoeten bij het hypocentrum de vriendin van Martijn: een ontmoeting die insloeg als een bom! (Sorry) We liepen wat verder door, en besloten de kabelbaan te nemen naar de top van een berg die uitkijkt over de stad en de bijbehorende baai. Het blijft toch ongelooflijk vet om een verlichte stad te zien van zo hoog, en al helemaal een in de bergen gelegen Nagasaki, zoals de foto's hopelijk een beetje zullen kunnen laten zien. We gingen maar eens terug om een sober maar duur maal te genieten bij een Indiaas restaurant, om vervolgens onze troost te zoeken in de drank bij een all-you-can-drink actie bij een naburige izakaya, genaamd Izakeya, nogal origineel! Lekker hard wegtikken, en gezond dronken stonden wij rond half 1 op straat, om nog even de Mac aan te doen, en uiteindelijk daadwerkelijk terug te keren naar huis. Rond half 3 lagen we in bed.
Wie uiteindelijk heeft toegezegd om de ochtend over 2 dagen om 9 uur klaar te gaan staan voor een tripje met Baard langs de kusten van Nagasaki weet ik niet, maar het was niet het meest handige idee. We hadden namelijk veel gedronken, en niet zoveel geslapen, maar trouw aan onze belofte stonden Martijn, Angel en ik om 9 uur 's ochtends voor het uitwisselingsstudentenappartementencomplex (lingo!) te wachten op Baard, die gewoon een half uur te laat kwam ofzo. We waren echter zeer melig, dus dat maakte niet zoveel uit.
Voordat ik verder vertel over de trip, wil ik jullie er even eraan herinneren dat Baard al 4 jaar lang een stevige Nederlandse klandizie geniet, en dat dit niet is om zijn lage prijzen (ze zijn namelijk redelijk hoog), maar omdat hij echt een onwijs mooie kerel is. Hij runt een kleine tent waar hij en zijn vrouw achter de bar staan, tegelijk voor hun baby zorgen, en de dochter laten serveren of gewoon rondrennen voor algemene schattigheid. Ik ben nooit zo goed met kinderen, maar deze was wel een drolletje. In ieder geval, buiten de leuke gesprekken in de izakaya, brengt hij je ook wel eens thuis na het drinken als ie er zin in heeft, en neemt ie studenten mee op een rondreisje.
Vandaar dus ook dat hij ons deze kille, winderige ochtend meenam langs de kliffen van de Nagasaki-provincie. Wat een prachtige natuur daar zeg! Ik was tot nu toe in Japan vooral in de steden geweest, maar om nu dus de zon te zien reflecteren op een woelige zee, met rotsen die uit het water steken en de vissersdorpjes die de kust tekenen, was een ervaring die ik nodig had om een vollediger beeld te krijgen van Japan. Wat echter wat minder prachtig was, was dus dat zowel Baard als wij niet veel hadden geslapen, met Martijn als recordhouder met 3 uur, en dat vooral tegen het einde van de dag het wat vermoeiender werd om steeds de conversatie op gang te houden. Echter, we hebben gezien tijdens deze trip: Supertoilet, een brug over een wilde rivier, Huis Ten Bosch (het Nederland-pretpark, met een domtoren in het midden van het Japanse platteland!), Baard's geboortedorp Hasami, Baard's familie, en prachtige rijstterrassen. Supertoilet was een hele vette plee in een hotel waar Baard nog nooit heeft geslapen of gegeten, maar wel zijn behoefte heeft gedaan. Huis Ten Bosch is een plek waar ik nog steeds heen wil, maar ik hoor alleen maar negatieve verhalen over die plek, dus misschien moet ik het maar gewoon opgeven. Het klinkt echter best grappig om naar een pretpark te gaan wat gebaseerd is op het land waar ik vandaan kom. In het dorpje Hasami ontmoetten wij dus Baard's zus, een eigenaar van een lokale schoonheidssalon, en zijn ouders, eigenaren van een heel oud huis en mooie dingen. Ze leken allemaal niet zo verbaasd om buitenlanders te zien, maar Baard doet dit dus wel vaker. We gingen daarna eten bij een heel afgelegen maar mooi restaurantje, waar het eten heerlijk was, maar wel duur. Baard betaalde gelukkig, wat Angel en Martijn en mij wel ietwat ongemakkelijk maakte, maar hij had ons uitgenodigd, en de Japanse regel is dan geloof ik dat diegene ook betaalt. Aan het eind van de dag was de energie er dus niet helemaal meer, maar we hadden echt een topdag gehad, en na Baard hartelijk bedankt te hebben namen we de bus naar huis. Iedereen was zo gaar als een balletje, en Fritsie zou die avond komen, maar hij kwam later, en dus moesten we zonder hem naar de mooiste onsen (heetwaterbron) van de stad. Het fijne aan deze onsen is namelijk dat hij uitkijkt over de stad van dezelfde berg als die we eerder beklommen hadden met de kabelbaan (liever lui dan moe), en je moet je dan dus voorstellen dat je over die prachtige lichtshow die Nagasaki heet uitkijkt terwijl je ligt te weken in een kakkend heet bad. Supermooi! We deden ook een zoutsauna en een koolzuurbad aan, en met deze exotische ervaringen in onze zakken gingen we terug, om te merken dat Fritsie al een tijdje op ons stond te wachten. We gingen dus maar snel wat eten, en keerden met Fritsie terug naar huis. Het was ook ondertussen al redelijk laat, dus ik geloof niet dat we nog veel anders hebben gedaan. Het slapen werd een beetje een avontuur, want Fritsie had al nogal veel last van zijn onderrug, en het feit dat ie op een bank van 1.2 meter lang moest slapen hielp daar niet echt in. Hij kon dus niet goed slapen, en besloot de volgende dag maar een hotelkamer te gaan huren, wat wel treurig was, maar goed, had ie maar slaapspullen mee moeten nemen!
Met Fritsie binnen onze gelederen, begaven Martijn, Angel en ik ons naar wat ik denk dat je het centrum van Nagasaki zou kunnen noemen, genaamd Hamanomachi. Daar hadden ze een briljant Frans-achtige Starbucks met als groot voordeel dat ze er een item verkochte wat heet: de Choco-cro. Een croissant met gesmolten chocola, en ik weet niet hoe ze hem zo lekker maken, maar ze doen het. Jammer dat die in Fukuoka in het centrum is, en dat ik dus 40 minuten heen en 40 minuten terug moet peddelen als ik er een wil eten. Goed, we keken nog wat rond, ik begon mijn zoektocht in Nagasaki voor een vette hoed (nu Tokyo, Kyoto, en Fukuoka hadden gefaald), faalde hier ook, en we liepen door Chinatown in 5 minuten omdat het maar een straat was. We namen voorts de tram naar een plek genaamd Glover Garden, een soort Disney-achtige verwerking van een stukje geschiedenis betreffende een Schot die in Japan een bedrijfje opzette. Leuk om te lezen en te kijken, en vooral ook leuk voor een prachtig uitzicht over Nagasaki, hoewel niet te lang want het was wel redelijk koud daar. Het was alweer laat, want we waren laat opgestaan omdat we nog moe waren van de trip met Baard, en dus gingen we ons klaar maken voor goedkoop eten bij de buurt-Gyuudon-zaak (rijst met koeienvlees erop). Goedkoop dus, en lekker, maar misschien wat onromantisch als je je bedenkt dat het oudejaarsavond was! We gingen naar huis, keken naar de geweldige actiefilm Kung-Fu Hustle, of eigenlijk mensen daar deden dat, want ik kon met Boeddha AKA Dingjan z'n Skype voor heel weinig pecunio's gewoon bellen naar huistelefoons in het vaderland. Dit deed ik dus, want ja, het was voor ons toch al bijna Nieuwjaar.
Nu, met Nieuwjaar ga je als Japanner naar je familie, en doe je daar niet zoveel buiten eten en drinken, wat nogal afsteekt tegen wat wij Nederlanders doen met onze Iraksimulaties elke nacht van 31 december. Temeer omdat wij geen familie hadden om naartoe te gaan, besloten wij maar op de eerdere uitnodiging van de Izakeya (da's dus die andere izakaya, nogal verwarrend) in te gaan en gingen we aldaar het nieuwe jaar indrinken. We kregen toshikoshisoba (Nieuwjaarsnoedels) van de eigenaar voor gratis en we gingen heel erg wild met de drank! Zie hiervoor ook het filmpje op Martijn's blog, waarin Boeddha een gehele pitcher met Screwdriver erin wegtikt, tot ontzag of walging van omstanders. Mijn respect had ie, en voor de rest van de avond heb ik het echt heel vet gehad. Veel lullen over het leven met Sander, die ook veel met Fritsie lulde, wat mooi was, want ik maakte me eerst wat zorgen over een Koreaan die ook geen Engels kan tussen alleen maar Nederlanders. Fritsie is echter niet voor een gat te vangen, en die zorgt wel dat ie gehoord wordt. Nou, de klapper was er, en met vele situaties besefte ik me toch ook maar weer dat het alweer 2009 is, en dat ook dit jaar speciaal gaat worden. Mijn goede voornemen was hetzelfde als altijd, maar het feit dat ik hem maakte in een toko met een hoop aangeschoten Japanners, 9 Nederlanders en 1 Koreaan in Nagasaki maakte dit toch ook weer tot een speciale ervaring!
Wat echter het voordeel is aan vroeg naar bed gaan met oud en nieuw, is dat nieuwjaarsdag ook niet bekend staat als nationale zouteloze uitbrakdag. Relatief dan, maar de volgende dag zaten Fritsie en ik toch weer rond 3 uur terug in de trein naar Fukuoka. Angel zou later komen met de normale trein, want die had die stempels die hij nog op moest maken. Ik ging rustig wat eten met Fritsie bij het AEON winkelcentrum, het symbool van kapitalisme, en later kwam Angel aan, die bij mij zou overnachten alvorens zijn reis terug te maken naar Kyoto waarvoor hij vroeg op moest, want anders zou het niet lukken in een dag. Zo gezegd zo gedaan, Angel vertrok die dag, en ik sliep erg lang uit, met een hele hoop tijd voor mezelf, wat wel fijn was. Ik had namelijk wel twee weken een kompaan gehad, en je raakt na zo'n tijd toch weer gesteld op je privacy, hoe gezellig het ook was. Niet in het minst omdat we de volgende dag alweer op reis zouden gaan, dit keer met de mensen van mijn programma in Fukuoka.
3 januari, 9 uur, stonden we met zijn allen klaar voor het kantoor van het studentenappartementencomplex, met alcohol en snoep voor heel Zimbabwe, om te vertrekken op een reis die ons zou Leiden naar Beppu, de onsen-hoofdstad van Japan. We raakten echter al verdwaald toen we 1 uur op reis waren, en we raakten 3 keer bijna een andere auto/persoon, maar dat weerhield ons er niet van om een geweldige tijd te hebben, en uiteindelijk weer iedereen te ontmoeten bij de berg met de prachtige naam: Aso-san. We aten onze eerder gekochte lunch, en we keken uit over het werkelijk prachtige en redelijk vreemde uitzicht van dit vulkaangebied. We zagen nog een skigebied wat uit het niets leek te komen, zagen wat stoom oprijzen uit de bergdalen waar we doorheen reden en we gingen naar Japan's langste of hoogste touwbrug die zich ook echt in de middle of nowhere bevond. Kortom, we zagen dus een hoop leuke dingen van het eiland Kyushu in korte tijd, en het was veel in de auto zitten, maar daarom niet minder leuk. Aan het begin van de avond kwam deze potpourri van internationale studenten aan in Beppu, en gingen we meteen de onsen in. Het grappige is dat ik, ook al was ik er 3 jaar geleden al eerder geweest, nog steeds dacht dat iemand constant een scheet aan het laten was. Beppu stinkt namelijk overal naar zwavel, maar als je daar aan gewend bent (of misschien daardoor) snap je wel meteen waarom het de onsen-hoofdstad wordt genoemd. Misschien had die onsen in Nagasaki wel het mooiste uitzicht, maar degene die we bezochten in Beppu was echt heel comfortabel en had verscheidene baden. Na 2 uur lang ze allemaal uitgeprobeerd te hebben besloten we maar eens te gaan eten bij een izakaya, en het bier genieten begon. Veel kip, en veel bier, zoals ik het graag heb, en veel praten met verdacht veel mannen en verdacht weinig vrouwen, gezien het ratio binnen ons programma. We hebben namelijk maar 7 mannen, waarvan een getrouwd en een homo, en 19 vrouwen, dus we zijn niet echt goed vertegenwoordigd. Echter, aan de etenstafel blijven we bij elkaar zitten om ons overgebleven testosteron te beschermen.
Het drinkfestijn zette zich door in het hotel, maar door een algemeen slaaptekort legde ik de controller neer (lees: gooide ik de handdoek in de ring) rond 3 uur, wat een slimme zet bleek te zijn want we moesten de volgende ochtend toch weer opstaan om ons aan het rigoureuze schema van onze Japanse tutoren te houden. Zo gezegd zo gedaan, en met een ietwat brakke maar niet slapeloze kop zat ik de volgende ochtend in de auto om de reis voort te zetten. Die dag zijn we geweest naar een belachelijk mooie Shinto-schrijn waar van ik de naam vergeten ben, en bezochten we Kitakyushu waar ik nog steeds niet echt van begrijp wat de bedoeling was. We aten daar een apart soort Curry, die echt heel erg lekker was, maar iedereen was zo moe na die nacht zuipen in het hotel dat we eigenlijk beter wat eerder naar huis hadden kunnen gaan. We kregen daar echter nog wel een mooi uitzichtpunt te zien, maar ik was maar wat blij toen ik weer in mijn bed lag, me niet teveel proberen te realiseren dat ik de volgende ochtend weer om half 10 op zou moeten.
Al met al was de kerstvakantie dus nogal druk, en heb ik er achteraf eigenlijk het maximale uitgehaald! Ik was wel moe aan het eind, maar dat is een moeheid die men in een wat extremere mate gevoeld moet hebben toen ze de Mount Everest hadden overwonnen. Kyoto, Nagasaki, Beppu. Een redelijk extreme opsomming zou ik zo zeggen, en een die mij tot de dag van vandaag in mijn portemonnee treft. Ik heb de afgelopen anderhalve maand redelijk op zwart zaad gezeten door enthousiaste uitgaven, maar dat kan ik me veroorloven, omdat ik in mijn normale dagelijkse leven bijna niets uitgeef. Mijn dagelijkse uitgaven zijn als volgt: Ik eet 1 snee brood in de ochtend, eet dan een lunch van ongeveer €2,50 en kook avondeten voor ongeveer hetzelfde bedrag. Tel dat laatste echter weg op maandag, woensdag en vrijdag, want dan krijg ik mijn avondeten betaald door mijn ouderejaars van de karateclub. Zoals al eerder vermeld, blijf ik me hierbij ongemakkelijk voelen, maar het gaat steeds beter! Met dit gegeven kun je je wel voorstellen dat ik echt onwijs veel uitgegeven moet hebben op die reisjes! Dat is eigenlijk ook wel zo, dus met zometeen weer mijn maandelijkse injectie van de Japanse overheid zal ik het weer wat beter uit kunnen zitten. In ieder geval totdat ik weer naar Kyoto ga omdat Mattias daar dan aankomt, of omdat ik met Fritsie naar Korea wil. Of omdat ik voor een nieuwe computer wil sparen, eentje die wel gewoon Japans kan typen.
Over mijn dagelijks leven hier kan ik verder kort en bondig zijn. Mede dus door de afwezigheid van financiële middelen ben ik ook niet zoveel naar de stad gegaan, en koos ik in plaats daarvan om tevredenheid te vinden in mijn sobere leefstijl. Naar college, naar karate, en een hele hoop films en series kijken, en wat muziek luisteren. Met mijn Japans gaat het redelijk, ben de liefde verklaard door een Koreaanse, en ik begin sommige aspecten van karate ook eindelijk door te krijgen, hoewel ik me nog steeds stijf voel. Maar dat wasbordje en die elastiekbenen die komen er, wat ik je brom!
Jongens, ik vind het wel weer mooi geweest, ik ga maar weer hangen. Ik hoop dat jullie met dit bericht goed op de hoogte zijn, maar mochten jullie vragen hebben, of willen lullen, mail me dan vooral! In de tussentijd zal ik proberen al mijn foto's te updaten naar mijn photobucket site, waarvan de link verder beneden staat. Voor mensen met Facebook is er ook nog de optie om verder te kijken naar foto's waar ik en mijn maten hier opstaan. Rest mij nog te zeggen dat ik jullie een verlaat gelukkig Nieuwjaar wil wensen, en een vervroegd gelukkig Valentijn. Dat we elkaar maar zoveel mogelijk lief hebben, en dat we dat kunnen bewijzen met een 5 keer zo dure geparfumeerde roos!
Toedels!
vrijdag 6 februari 2009
donderdag 25 december 2008
Tripjes, tripjes, en.....
Kerstfeest ondertussen!
Hallo iedereen, een update na alweer een maand, mijn kleine update over mijn adres niet meetellend. Wat is er zoal nieuw onder de horizon? Niet zo bar veel eigenlijk. Ik heb een basgitaar gekocht, en daar oefen ik op als ik tijd heb. Nu is het echter vakantie, wat normaal geen reden geeft om niet basgitaar te oefenen, maar ik ben nogal veel van huis. Ik begon me dit te realiseren toen ik eerder deze maand naar Nagasaki ging. In iets meer dan een maand naar Tokyo, Nagasaki, en Kyoto!
Laten we echter even bij het begin beginnen. Ik was na Tokyo 2 weken in Fukuoka, waar ik weer het gewone dagelijkse leven begon. Het gaat tijdens de colleges al iets beter. Ik durf al wat meer te praten, en hoewel mijn Japans niet altijd top is, maak ik dat goed door een beetje uit mijn nek te lullen, en dan vindt iedereen het wel best. Ik krijg er ook meer plezier in, en mijn huiswerk loopt ook nog steeds goed. Een mooi verhaal was wel dat Milan en ik op een avond echt geen zin hadden in het college van de volgende dag. We gingen dus maar met zijn tweeen oefenen op karaoke, want dat achtten we een betere tijdsbesteding. Milan vindt het belangrijk om goed te worden in karaoke, en ik vind het ook wel leuk om te doen. Al die Japanners hebben echter hoge stemmen, dus meezingen is niet altijd even makkelijk. Daarna gingen we nog Kung Fu Panda kijken, en lekker uitslapen die volgende dag. Dat was de enige keer dat ik gespijbeld heb van klas, met misschien wel de coolste reden ooit ("Ja ik was gisteren Kung Fu Panda kijken, dus ik had echt geen zin"). Dat heb ik ze overigens niet verteld.
Daarbuiten loopt karate goed, ik ben al best wel afgevallen sinds ik in Japan ben, en dat kunnen we denk ik ook wel danken aan mijn driemaalweekse (?) trainingen. Mijn dagelijks leven wordt dus hoe langer hoe meer dagelijks, maar verandert in het komende semester ietwat door toevoeging van twee colleges.
Sowieso merk ik dat ik niet echt kan spreken van een dagelijks leven, want ik maak echt heel erg veel tripjes. Begin deze maand ging ik namelijk ook naar Nagasaki, om de aldaar wonende Nederlanders in hun natuurlijke habitat te bekijken. Van Fukuoka naar Nagasaki is een 2 uur durende treinrit in wel de botste trein waar ik in heb gezeten (buiten de eerste klas in de TGV natuurlijk, nogal Leydsch). Leren stoelen, meer dan genoeg beenruimte en een verrukkelijke kamertemperatuur. Na uitgerust te zijn aangekomen werd ik ontvangen door mijn homeboys Pyke en Martijn. Een blij wederzien later zaten we in een van de pittoreske trammetjes die Nagasaki zijn unieke kleur geven. Dat, en ze kosten 100 yen voor welke bestemming dan ook, wat zeer goedkoop is. We praatten eens wat bij, hoe is het in Nagasaki, hoe is het in Fukuoka, hebben jullie in Fukuoka ook musketiers? Na een gezonde wandeling naar de top van een heuvel kwamen we bij de dormitories waar de buitenlanders zijn ondergebracht. In tegenstelling tot de kamer waar ik zit, hebben de Nederlanders een appartement wat ze met 2 of 3 mensen delen, en de 3 persoons appartementen hebben een huiskamertje. Het was die avond toevallig Sinterklaas, de pepernoten die ik meebracht voor de groep werden in het appartement van Pyke, Buddha (Matthias), en Rolf gretig in ontvangst genomen. Niet iedereen was aanwezig, maar het grootste deel wel, en het feest was net tot een einde gekomen. De groep was nog aan het bekomen van een ietwat pikant gedicht van Rolf, maar desondanks was de sfeer gezellig. Voor we het wisten was het 3 uur, en hadden we voor mij niet echt een manier van slapen gevonden. Dat was dus op de bank van een meter lang liggen, met mijn voeten op een stoel, de verwarming op hoog, en het was alsnog veel te koud. Afwisselend op de grond en op die bank heb ik uiteindelijk beter geslapen dan verwacht, en de volgende ochtend zou Pyke mij een beetje Nagasaki gaan laten zien. We gingen naar Deshima, want dat moet natuurlijk, we keken naar de haven en hingen wat rond in verscheidene winkelcentra, wat Nagasaki-Nederlanders nog wel eens schijnen te doen, mij als Fukuoka-Nederlander niet onbekend. Aldaar kwamen wij, niet geheel ontoevallig, Jennifer tegen! Die was namelijk ook in Nagasaki, en we hadden van tevoren ook gepland in Tokyo om elkaar te ontmoeten. Erg concreet hadden we het echter niet gepland, dus toen ik eenmaal bij de aldaar wonende Nederlanders in was getrokken, ging ik wat meer met hen om, en Jenn had ook haar eigen plannen. Het belangrijkste doel wat we echter hadden gesteld was dat ik een bepaalde izakaya (cafe annex restaurant) moest zien. Deze izakaya draagt de naam Biado, oftewel Beard, oftewel Baard. De eigenaar van deze uitspanning heeft namelijk een Baard, dus dat is blijkbaar reden genoeg om je tent ook zo te noemen. Briljant!
Nu aan, ik wilde met Jenn die avond naar Baard, maar de Nagasaki-Nederlanders waren er niet zo voor te porren. Niet geheel onbegrijpelijk, want het is 20 minuten met een bus, en ze kenden hem nog niet. Heel Gallie? Nee, Martijn bood dapper weerstand tegen de overweldigers, en begin die avond stonden we voor de bus te wachten, die er verdacht lang over deed. Uiteindelijk bleek dat ze allemaal naar Baard gingen, dus dat was een goeie grap. Daar aangekomen zagen wij ouderejaars Jennifer zitten, omringd door een kudde Japanners en een zeer lange Amerikaan. Wij namen plaats en een biertje, en lulden de avond weg. De eigenaar was ook aanwezig met zijn hele gezin (vrouw en 2 hele kleine kinderen), en het was echt heel gezellig. Baard (zo heet de eigenaar ook voor het gemak) zelf is echt een hele vette kerel, en ik snap waarom al 4 jaar lang alle Nederlanders bij hem gaan drinken. Ook Martijn en ik werden meteen hartelijk ontvangen, en na een gezellige avond bracht hij ons ook nog eens naar huis! Echt perfect, maar na terugkomst waren er weinig mensen in de dormitories, dus gingen Martijn en ik met gehaaste spoed naar een nabije Izakaya waar de andere Nagasaki-Nederlanders zaten te drinken. In tegenstelling tot Martijn en ik hadden de heren en dame daar al flink diep in het glaasje gekeken, en de rest van de avond (vooral in de mac) werd dan ook een feest om nooit meer te vergeten. Dit laatste heeft wellicht ook een ietwat treurige connotatie, en daarom ook gingen Martijn en ik iets eerder weg dan het de rest. De volgende dag was iedereen ietwat brak, en gingen uiteindelijk alleen Pyke, Buddha en ik naar een nabijgelegen badhuis. Martijn en Allard moesten voetballen, dus die konden niet. Het badhuis was zeer prettig en verfrissend, en we hebben ongeveer 2 uur liggen weken. Verrukkelijk! Helaas, aan alle goede dingen komt een eind, en na lekker gegeten te hebben met Rolf, Allard, Pyke en Martijn (geloof ik), stapte ik met een kerstmokka op de trein terug naar Fukuoka. Lekker in de trein gestudeerd, en nagedacht over hoe fijn een weekendtripje kan zijn.
Toen kwamen nog die zware laatste twee weken voor de vakantie. Die weken dat je eigenlijk al vakantie wil hebben, en dat het verlangen alleen maar groter wordt omdat de vakantie er al bijna is. Uiteindelijk kwam die toch op woensdag de 17e. Vandaar dan ook dat ik die avond meteen op de nachtbus stapte naar Kyoto, een reis die mij duur zou komen te staan. In die zin, de reis was heel goedkoop, maarja, een door Japanners gemaakte bus waar een 1.90m lange buitenlander 10 uur lang in moet zitten is niet een heel goed idee. Nederlanders houden echter ook van goedkoop, dus ik prente mijzelf in dat ik maar 4800 yen had betaald, en toen kwam het wel goed. Temeer omdat er een gezellige jonge Japanner uit Miyazaki naast me zat, die een half jaar seizoensarbeid zou gaan doen in Nagano, om dan verder te kunnen snowboarden. Hij studeerde ook Graphic Design, dus dat deed me denken aan een goede vriend van me uit Utrecht! In ieder geval, het was uiteindelijk niet eens zo afschuwelijk, en vroeger dan verwacht kwamen we om half 8 aan in Kyoto, waar ik bij Angel zou gaan tukken voor een week.
Nu kleefden hier wat complicaties aan. De Amerikaanse vrienden die ik eerder had gemaakt in Kyoto waren bijna allemaal op vakantie, of terug naar Amerika omdat ze hier een half jaar programma hadden. Angel had verder nog college, dus ik was redelijk op mezelf aangewezen. Dat maakt mij gelukkig niet zo uit, want mooie tempels kijken kan ik ook heel goed alleen, misschien wel beter zelfs. Ondanks het weer ben ik uiteindelijk maar een dag kluizenaar-achtig binnengebleven, en heb ik voor de rest wel veel gedaan.
Gelukkig was er wel een Amerikaanse genaamd Wilma overgebleven, dus ik besloot flink wat met haar te gaan hangen. Echt een grappig mens, met een goede dosis east-coast Amerikaanse humor. We zijn een dag bijvoorbeeld wat willekeurig naar haar universiteit gegaan, en vervolgens naar de Kyoto handicraft-fair-winkel-nogwat. Wat het precies voor moest stellen weet ik echt niet, maar het was eigenlijk vooral een tourist-trap. Na mezelf te hebben afgevraagd of ik een ninja wilde zijn, en veel te hard te hebben gelachen om andere toeristenspullen gingen Wilma en ik er maar weer eens vandoor. Er was gelukkig in de buurt een zeer mooie schrijn waar ik wat lage zon foto's van kon nemen, dus de dag was uiteindelijk alsnog goed besteed. Die avond gingen we samen met Angel en een Japanse ook nog wat okonomiyaki (Japanse pannenkoek met spul erin, sorry Japanologen), en wat drinken bij de almachtige bar Moonwalk! Verder weet ik de volgorde van die week eigenlijk niet zo goed, maar ik ben naar nog wat tempels en schrijnen wezen lopen, heb Yuuki en Takuya nog ontmoet, en heb eigenlijk veel gehangen met vrienden. Meer dat eigenlijk dan het normale toeristische verkennen wat ik van plan was. Dit bleek ook heel leuk, dus ik heb een fijne tijd gehad in Kyoto, een tijd waarin ik ook lekker uit kon rusten in plaats van steeds rondrennen. We hebben trouwens ook nog karaoke gezongen, en dat was ook heel grappig. Helaas hadden ze geen Marco Borsato of Andre Hazes, anders had ik ze een poepie laten ruiken. We zijn ook nog naar een soort van apenheul geweest, wat ook zeer interessant was. Lekker naar wild rondlopende Japanse, ietwat agressieve apen gekeken en hopen dat we niet aangevallen zouden worden. Als ik het zo bekijk was de reis nog eigenlijk best divers!
Er is echter een tijd van komen, en een tijd van gaan, en donderdagochtend de 25ste vertrokken Angel en ik met de normale trein van Kyoto naar Fukuoka. Dit was goedkoper dan de bus, en ook nog ruimer. Nu zat Angel ook erbij, en dat maakte de reis een stuk draaglijker. Ik zeg wild dansen op de stationsmuziek, en lekker biertjes tanken in de trein. Het kostte wat kijken en goed opletten, maar na een dag vermoeiend reizen kwamen we toch echt weer aan in wat nu mijn thuisstad aan het worden is. Dat was het al, maar gevoelsmatig wordt het dat ook steeds meer. Nu ligt Angel achter me te tukken, en gaan we zometeen naar Dazaifu, een schrijn in Fukuoka waar ik ook nog nooit ben geweest. Fritsie zou meegaan, maar die klaagt over dat ie de laatste tijd moe is, wat niet zo raar is als je elke avond om 5 uur gaat slapen en op een Christelijke tijd op wil. Nouja, niets aan te doen zeggen we maar. We hopen hier nog een drinkavondje opgezet te krijgen, zodat Angel de mensen waar ik mee omga kan ontmoeten, en ik wil hem nog de universiteit laten zien. Overmorgen al vertrekken wij naar Nagasaki, om daar wel een goed oud en nieuw te kunnen vieren. Kerstmis in een trein waar je al 8 uur in zit is namelijk niet echt denderend. Voor diegenen die het willen ondernemen, de reis duurt ongeveer 12 uur lang, en kost slechts 2300 yen.
Nog een laatste overdenking. Lopende door een van de tempelcomplexen die je vindt in Kyoto, bemerkte ik dat je in de architectuur, of in ieder geval de omgeving van een religie ook kan voelen wat voor een religie het is. Waar je als je een kerk inloopt een soort van nietigheid ervaart, of het idee dat je iets bent betreden waar iets groots aan de hand is, iets waar je respect voor moet tonen, geven Boeddhistische complexen meer het gevoel dat je in jezelf gaat kijken, en dat je je bewust bent van de stilte om je heen. Ikzelf voel me in ieder geval zeer op mijn gemak als ik in mijn eentje door een doodstille weg loop, of wandel door een van de vele tuinen die je daar vindt. Ik begrijp denk ik in ieder geval wel een beetje wat Boeddhisten uit die meditatie trachten te halen, want ook ik als leek wandel met een geruster en lichter hart uit zo'n tempelcomplex. Vooral de Daitoku-ji kan ik iedereen aanraden, echt een prachtige plek!
Mensen, ik houd het hierbij. Excuses voor de beknoptheid op sommige punten; ik herinner me helaas niet alles even goed meer. Ook moet ik nog zien of ik Angel in beweging kan krijgen, en of we nog vooruit gaan komen vandaag!
Zaalige kerstdagen en een gelukkig nieuwjaar iedereen! Ik zie jullie weer volgend jaar!
Hallo iedereen, een update na alweer een maand, mijn kleine update over mijn adres niet meetellend. Wat is er zoal nieuw onder de horizon? Niet zo bar veel eigenlijk. Ik heb een basgitaar gekocht, en daar oefen ik op als ik tijd heb. Nu is het echter vakantie, wat normaal geen reden geeft om niet basgitaar te oefenen, maar ik ben nogal veel van huis. Ik begon me dit te realiseren toen ik eerder deze maand naar Nagasaki ging. In iets meer dan een maand naar Tokyo, Nagasaki, en Kyoto!
Laten we echter even bij het begin beginnen. Ik was na Tokyo 2 weken in Fukuoka, waar ik weer het gewone dagelijkse leven begon. Het gaat tijdens de colleges al iets beter. Ik durf al wat meer te praten, en hoewel mijn Japans niet altijd top is, maak ik dat goed door een beetje uit mijn nek te lullen, en dan vindt iedereen het wel best. Ik krijg er ook meer plezier in, en mijn huiswerk loopt ook nog steeds goed. Een mooi verhaal was wel dat Milan en ik op een avond echt geen zin hadden in het college van de volgende dag. We gingen dus maar met zijn tweeen oefenen op karaoke, want dat achtten we een betere tijdsbesteding. Milan vindt het belangrijk om goed te worden in karaoke, en ik vind het ook wel leuk om te doen. Al die Japanners hebben echter hoge stemmen, dus meezingen is niet altijd even makkelijk. Daarna gingen we nog Kung Fu Panda kijken, en lekker uitslapen die volgende dag. Dat was de enige keer dat ik gespijbeld heb van klas, met misschien wel de coolste reden ooit ("Ja ik was gisteren Kung Fu Panda kijken, dus ik had echt geen zin"). Dat heb ik ze overigens niet verteld.
Daarbuiten loopt karate goed, ik ben al best wel afgevallen sinds ik in Japan ben, en dat kunnen we denk ik ook wel danken aan mijn driemaalweekse (?) trainingen. Mijn dagelijks leven wordt dus hoe langer hoe meer dagelijks, maar verandert in het komende semester ietwat door toevoeging van twee colleges.
Sowieso merk ik dat ik niet echt kan spreken van een dagelijks leven, want ik maak echt heel erg veel tripjes. Begin deze maand ging ik namelijk ook naar Nagasaki, om de aldaar wonende Nederlanders in hun natuurlijke habitat te bekijken. Van Fukuoka naar Nagasaki is een 2 uur durende treinrit in wel de botste trein waar ik in heb gezeten (buiten de eerste klas in de TGV natuurlijk, nogal Leydsch). Leren stoelen, meer dan genoeg beenruimte en een verrukkelijke kamertemperatuur. Na uitgerust te zijn aangekomen werd ik ontvangen door mijn homeboys Pyke en Martijn. Een blij wederzien later zaten we in een van de pittoreske trammetjes die Nagasaki zijn unieke kleur geven. Dat, en ze kosten 100 yen voor welke bestemming dan ook, wat zeer goedkoop is. We praatten eens wat bij, hoe is het in Nagasaki, hoe is het in Fukuoka, hebben jullie in Fukuoka ook musketiers? Na een gezonde wandeling naar de top van een heuvel kwamen we bij de dormitories waar de buitenlanders zijn ondergebracht. In tegenstelling tot de kamer waar ik zit, hebben de Nederlanders een appartement wat ze met 2 of 3 mensen delen, en de 3 persoons appartementen hebben een huiskamertje. Het was die avond toevallig Sinterklaas, de pepernoten die ik meebracht voor de groep werden in het appartement van Pyke, Buddha (Matthias), en Rolf gretig in ontvangst genomen. Niet iedereen was aanwezig, maar het grootste deel wel, en het feest was net tot een einde gekomen. De groep was nog aan het bekomen van een ietwat pikant gedicht van Rolf, maar desondanks was de sfeer gezellig. Voor we het wisten was het 3 uur, en hadden we voor mij niet echt een manier van slapen gevonden. Dat was dus op de bank van een meter lang liggen, met mijn voeten op een stoel, de verwarming op hoog, en het was alsnog veel te koud. Afwisselend op de grond en op die bank heb ik uiteindelijk beter geslapen dan verwacht, en de volgende ochtend zou Pyke mij een beetje Nagasaki gaan laten zien. We gingen naar Deshima, want dat moet natuurlijk, we keken naar de haven en hingen wat rond in verscheidene winkelcentra, wat Nagasaki-Nederlanders nog wel eens schijnen te doen, mij als Fukuoka-Nederlander niet onbekend. Aldaar kwamen wij, niet geheel ontoevallig, Jennifer tegen! Die was namelijk ook in Nagasaki, en we hadden van tevoren ook gepland in Tokyo om elkaar te ontmoeten. Erg concreet hadden we het echter niet gepland, dus toen ik eenmaal bij de aldaar wonende Nederlanders in was getrokken, ging ik wat meer met hen om, en Jenn had ook haar eigen plannen. Het belangrijkste doel wat we echter hadden gesteld was dat ik een bepaalde izakaya (cafe annex restaurant) moest zien. Deze izakaya draagt de naam Biado, oftewel Beard, oftewel Baard. De eigenaar van deze uitspanning heeft namelijk een Baard, dus dat is blijkbaar reden genoeg om je tent ook zo te noemen. Briljant!
Nu aan, ik wilde met Jenn die avond naar Baard, maar de Nagasaki-Nederlanders waren er niet zo voor te porren. Niet geheel onbegrijpelijk, want het is 20 minuten met een bus, en ze kenden hem nog niet. Heel Gallie? Nee, Martijn bood dapper weerstand tegen de overweldigers, en begin die avond stonden we voor de bus te wachten, die er verdacht lang over deed. Uiteindelijk bleek dat ze allemaal naar Baard gingen, dus dat was een goeie grap. Daar aangekomen zagen wij ouderejaars Jennifer zitten, omringd door een kudde Japanners en een zeer lange Amerikaan. Wij namen plaats en een biertje, en lulden de avond weg. De eigenaar was ook aanwezig met zijn hele gezin (vrouw en 2 hele kleine kinderen), en het was echt heel gezellig. Baard (zo heet de eigenaar ook voor het gemak) zelf is echt een hele vette kerel, en ik snap waarom al 4 jaar lang alle Nederlanders bij hem gaan drinken. Ook Martijn en ik werden meteen hartelijk ontvangen, en na een gezellige avond bracht hij ons ook nog eens naar huis! Echt perfect, maar na terugkomst waren er weinig mensen in de dormitories, dus gingen Martijn en ik met gehaaste spoed naar een nabije Izakaya waar de andere Nagasaki-Nederlanders zaten te drinken. In tegenstelling tot Martijn en ik hadden de heren en dame daar al flink diep in het glaasje gekeken, en de rest van de avond (vooral in de mac) werd dan ook een feest om nooit meer te vergeten. Dit laatste heeft wellicht ook een ietwat treurige connotatie, en daarom ook gingen Martijn en ik iets eerder weg dan het de rest. De volgende dag was iedereen ietwat brak, en gingen uiteindelijk alleen Pyke, Buddha en ik naar een nabijgelegen badhuis. Martijn en Allard moesten voetballen, dus die konden niet. Het badhuis was zeer prettig en verfrissend, en we hebben ongeveer 2 uur liggen weken. Verrukkelijk! Helaas, aan alle goede dingen komt een eind, en na lekker gegeten te hebben met Rolf, Allard, Pyke en Martijn (geloof ik), stapte ik met een kerstmokka op de trein terug naar Fukuoka. Lekker in de trein gestudeerd, en nagedacht over hoe fijn een weekendtripje kan zijn.
Toen kwamen nog die zware laatste twee weken voor de vakantie. Die weken dat je eigenlijk al vakantie wil hebben, en dat het verlangen alleen maar groter wordt omdat de vakantie er al bijna is. Uiteindelijk kwam die toch op woensdag de 17e. Vandaar dan ook dat ik die avond meteen op de nachtbus stapte naar Kyoto, een reis die mij duur zou komen te staan. In die zin, de reis was heel goedkoop, maarja, een door Japanners gemaakte bus waar een 1.90m lange buitenlander 10 uur lang in moet zitten is niet een heel goed idee. Nederlanders houden echter ook van goedkoop, dus ik prente mijzelf in dat ik maar 4800 yen had betaald, en toen kwam het wel goed. Temeer omdat er een gezellige jonge Japanner uit Miyazaki naast me zat, die een half jaar seizoensarbeid zou gaan doen in Nagano, om dan verder te kunnen snowboarden. Hij studeerde ook Graphic Design, dus dat deed me denken aan een goede vriend van me uit Utrecht! In ieder geval, het was uiteindelijk niet eens zo afschuwelijk, en vroeger dan verwacht kwamen we om half 8 aan in Kyoto, waar ik bij Angel zou gaan tukken voor een week.
Nu kleefden hier wat complicaties aan. De Amerikaanse vrienden die ik eerder had gemaakt in Kyoto waren bijna allemaal op vakantie, of terug naar Amerika omdat ze hier een half jaar programma hadden. Angel had verder nog college, dus ik was redelijk op mezelf aangewezen. Dat maakt mij gelukkig niet zo uit, want mooie tempels kijken kan ik ook heel goed alleen, misschien wel beter zelfs. Ondanks het weer ben ik uiteindelijk maar een dag kluizenaar-achtig binnengebleven, en heb ik voor de rest wel veel gedaan.
Gelukkig was er wel een Amerikaanse genaamd Wilma overgebleven, dus ik besloot flink wat met haar te gaan hangen. Echt een grappig mens, met een goede dosis east-coast Amerikaanse humor. We zijn een dag bijvoorbeeld wat willekeurig naar haar universiteit gegaan, en vervolgens naar de Kyoto handicraft-fair-winkel-nogwat. Wat het precies voor moest stellen weet ik echt niet, maar het was eigenlijk vooral een tourist-trap. Na mezelf te hebben afgevraagd of ik een ninja wilde zijn, en veel te hard te hebben gelachen om andere toeristenspullen gingen Wilma en ik er maar weer eens vandoor. Er was gelukkig in de buurt een zeer mooie schrijn waar ik wat lage zon foto's van kon nemen, dus de dag was uiteindelijk alsnog goed besteed. Die avond gingen we samen met Angel en een Japanse ook nog wat okonomiyaki (Japanse pannenkoek met spul erin, sorry Japanologen), en wat drinken bij de almachtige bar Moonwalk! Verder weet ik de volgorde van die week eigenlijk niet zo goed, maar ik ben naar nog wat tempels en schrijnen wezen lopen, heb Yuuki en Takuya nog ontmoet, en heb eigenlijk veel gehangen met vrienden. Meer dat eigenlijk dan het normale toeristische verkennen wat ik van plan was. Dit bleek ook heel leuk, dus ik heb een fijne tijd gehad in Kyoto, een tijd waarin ik ook lekker uit kon rusten in plaats van steeds rondrennen. We hebben trouwens ook nog karaoke gezongen, en dat was ook heel grappig. Helaas hadden ze geen Marco Borsato of Andre Hazes, anders had ik ze een poepie laten ruiken. We zijn ook nog naar een soort van apenheul geweest, wat ook zeer interessant was. Lekker naar wild rondlopende Japanse, ietwat agressieve apen gekeken en hopen dat we niet aangevallen zouden worden. Als ik het zo bekijk was de reis nog eigenlijk best divers!
Er is echter een tijd van komen, en een tijd van gaan, en donderdagochtend de 25ste vertrokken Angel en ik met de normale trein van Kyoto naar Fukuoka. Dit was goedkoper dan de bus, en ook nog ruimer. Nu zat Angel ook erbij, en dat maakte de reis een stuk draaglijker. Ik zeg wild dansen op de stationsmuziek, en lekker biertjes tanken in de trein. Het kostte wat kijken en goed opletten, maar na een dag vermoeiend reizen kwamen we toch echt weer aan in wat nu mijn thuisstad aan het worden is. Dat was het al, maar gevoelsmatig wordt het dat ook steeds meer. Nu ligt Angel achter me te tukken, en gaan we zometeen naar Dazaifu, een schrijn in Fukuoka waar ik ook nog nooit ben geweest. Fritsie zou meegaan, maar die klaagt over dat ie de laatste tijd moe is, wat niet zo raar is als je elke avond om 5 uur gaat slapen en op een Christelijke tijd op wil. Nouja, niets aan te doen zeggen we maar. We hopen hier nog een drinkavondje opgezet te krijgen, zodat Angel de mensen waar ik mee omga kan ontmoeten, en ik wil hem nog de universiteit laten zien. Overmorgen al vertrekken wij naar Nagasaki, om daar wel een goed oud en nieuw te kunnen vieren. Kerstmis in een trein waar je al 8 uur in zit is namelijk niet echt denderend. Voor diegenen die het willen ondernemen, de reis duurt ongeveer 12 uur lang, en kost slechts 2300 yen.
Nog een laatste overdenking. Lopende door een van de tempelcomplexen die je vindt in Kyoto, bemerkte ik dat je in de architectuur, of in ieder geval de omgeving van een religie ook kan voelen wat voor een religie het is. Waar je als je een kerk inloopt een soort van nietigheid ervaart, of het idee dat je iets bent betreden waar iets groots aan de hand is, iets waar je respect voor moet tonen, geven Boeddhistische complexen meer het gevoel dat je in jezelf gaat kijken, en dat je je bewust bent van de stilte om je heen. Ikzelf voel me in ieder geval zeer op mijn gemak als ik in mijn eentje door een doodstille weg loop, of wandel door een van de vele tuinen die je daar vindt. Ik begrijp denk ik in ieder geval wel een beetje wat Boeddhisten uit die meditatie trachten te halen, want ook ik als leek wandel met een geruster en lichter hart uit zo'n tempelcomplex. Vooral de Daitoku-ji kan ik iedereen aanraden, echt een prachtige plek!
Mensen, ik houd het hierbij. Excuses voor de beknoptheid op sommige punten; ik herinner me helaas niet alles even goed meer. Ook moet ik nog zien of ik Angel in beweging kan krijgen, en of we nog vooruit gaan komen vandaag!
Zaalige kerstdagen en een gelukkig nieuwjaar iedereen! Ik zie jullie weer volgend jaar!
woensdag 10 december 2008
Yes!
Mensen, ik heb een basgitaar! Ook nog, voor eventuele brieven, of verhuizingsberichten, alhier mijn adres:
〒813-0016
福岡県福岡市東区香椎浜4丁目5番6-302号
九大留学生会館F棟302号
Nogal lang.
P.S. Een uitgebreider verslag volgt!
〒813-0016
福岡県福岡市東区香椎浜4丁目5番6-302号
九大留学生会館F棟302号
Nogal lang.
P.S. Een uitgebreider verslag volgt!
zaterdag 29 november 2008
Het leven is een lawine!
Dag Abonnees, welkom bij Oom Michiel’s Brievenbus!
Met de Sultans of Swing op de achtergrond begin ik nu aan mijn artikel, wat een aantal mooie dingen gaat bevatten. Mijn dagelijkse avonturen in Fukuoka zijn natuurlijk vaste kost, maar de Brief van de Week wordt toch echt mijn trip naar Tokyo, alwaar ik logeerde bij Jennifer, met wie ik vorig jaar bestuur draaide van de Leidse Vereniging voor Studenten Japanologie en Koreanistiek: Tanuki. Momenteel loopt zij stage bij de ambassade en heeft zij haar kamp opgezet in Naka-Meguro, een gezellige buurt aan de rand van het “echte” centrum van Tokyo.
Het verhaal hoe ik daar kwam:
Ik wil (zoals sommigen misschien al weten) volgend jaar, zodra ik terugkeer naar Nederland, ook beginnen aan een studie politicologie en de richting uitgaan van het vakgebied Internationale Betrekkingen, en idealiter de diplomatieke dienst in. Elk jaar biedt de opleiding Japanologie voor één persoon een 3 maanden durende stage aan op de economische afdeling van de ambassade van Nederland te Roppongi, Tokyo. Die wilde ik ook wel doen, en het leek me dus leuk om te kijken bij Jennifer hoe dat dan ging, en kijken of ik de gelegenheid zou kunnen krijgen om met wat van de aldaar werkende mensen te praten.
Deze kans bood zich perfect aan toen bleek dat Prof. Dr. Forrer (curator Museum voor Volkenkunde, docent aan Leiden) een lezing zou houden op de residentie van de ambassadeur over hoe de aanschaf door Nederlandse koopmannen van Hokusai’s prenten diens inspiratie zou hebben doen opwakkeren, om vervolgens nog 20 jaar lang andere meesterwerken te kunnen maken. Nu had ik al les gehad van Prof. Forrer, en leek het me wel een grappig onderwerp, en natuurlijk was dit de perfecte kans om ook even met wat mensen van de ambassade te praten. We zouden later dan wel kijken of we er nog wat anders bij zouden kunnen regelen, want dat alleen is wel een reden om naar Tokyo te komen, maar niet genoeg. Deze kans bood zich perfect aan toen Jennifer mij een bericht stuurde van een aankomend concert van Armin van Buuren in de Ageha (http://www.ageha.com/), de grootste club van Azie, zo schijnt. De ambassade was op een bepaalde manier betrokken van het regelen van dit concert, en om die reden kon een vriend van Jennifer, Peter, een rijkstrainee, ook invitational tickets krijgen. Dit betekende gewoon dat we via een andere ingang (genaamd invited guests, met een langere rij, vreemd genoeg) naar binnen mochtten. In ieder geval, dit concert was de druppel die de emmer deed overlopen, dus kort van tevoren lukte het mij met behulp van mijn tutor Jimi om goedkoop een ticket te regelen. Toen ging ik dus ineens over een halve week naar Tokyo! Na toestemming te hebben gekregen van de hoofdprofessor was ik dus nogal opgewonden, want het gebeurt niet vaak dat je zo’n kans krijgt, laat staan dat ik hem zou grijpen. Ik was toch impulsiever dan ik dacht! Daar zat ik dus zondagmiddag in een vliegtuig van de Japanse Easyjet om anderhalf uur later aan te komen op Tokyo Haneda Airport, waar alle binnenlandse vluchten aankomen. 3 kwartier later door alle enorme drukte kwam ik aan bij Jennifer thuis, lulden we eens gezellig wat, haalden we wat hapjes, en trokken we naar Shibuya, waar we met andere mensen hadden afgesproken om een hap te gaan eten voordat we zouden vertrekken naar het feest. Natuurlijk kwam iedereen te laat aandruppelen, maar in Tokyo kan je altijd gewoon voor je kijken voor vermaak, en zeker in Shibuya, omdat iedereen er maf uitziet. Uiteindelijk waren we met zijn vijven: Jennifer, Peter (overigens student Geschiedenis uit Utrecht, en een nogal toffe vent), een Duitser en zijn tijdelijke Japanse vriendin/scharrel. Later kwam er nog wat tof volk bij, maar die weet ik niet meer bij naam. Dat is namelijk ook Tokyo, mensen eenmalig tegenkomen en heel gezellig zijn, en ze daarna nooit meer zien.
Nuja, na het lekkere maal wat niet geheel onverwacht veel te duur was gingen wij terug naar het station, waarachter shuttlebussen vertrokken naar de afgelegen ex-container haven-turned-club Ageha. Je moest je i.d. laten zien, en alles was redelijk streng, maar daardoor ook lekker orderlijk. We kwamen daar aan, en mijn god, het gevoel is redelijk onbeschrijflijk. Ik ben natuurlijk sowieso niet de grootste clubber, maar ik denk dat deze ervaring mijn gebrek aan botte feesten voor de afgelopen 21 jaar wel heeft goedgemaakt. Bijvoorbeeld het feit dat Armin sowieso pas om 3 uur zou beginnen geeft al een hint van wat voor een feest het zou worden. Het was een groot decadent Hedonistisch schouwspel. Iedereen in veel te dure kleren kocht veel te dure drankjes, en er waren veel grote zalen en luide muziek. Met luid bedoel ik ook luid, meerdere mensen stopten soms hun handen over hun oren gewoon omdat het geluidssysteem iets té Leydsch was.
Daar stonden we vanaf 1 uur, met een Red Bull (we moesten nog even) te stampen op een wat onbekendere dj, die het op zich wel kon. We liepen wat rond naar verschillende plekken, zoals een zwembad waaraan een dj wat meer zwembad-achtige liedjes liep te spelen (ja, het was in Tokyo wel 10 graden, maar kniesoor die daar op let), en in een nabije tent werden er remixen gedraaid van oude jarige 1990 techno. Geweldig! We gingen terug naar de hoofdzaal, waar ondertussen de een na tofste dj stond te draaien. Deze kon het ook wel, maar werd op het eind echt goed. Wij wachtten echter natuurlijk op de echte act, de Armin van Buuren, nr. 1 dj volgens een of ander Engels techno magazine. Rond kwart over 3 nam ie netjes het roer over van de vorige dj, en liet wel even zien waarom hij die reputatie heeft. Ik ben niet eens zo’n fan van zijn muziek, maar als je daar staat in zo’n knettergrote zaal, met zweverige Japanners om je heen, en dat je trommelvliezen in de suggestiedoos in je hoofd het idee hebben geplaatst dat je weg moet gaan, heb je toch het idee dat er iets speciaals aan de gang is. We hebben dan ook van toen tot half 7 staan raggen, al moet ik zeggen dat ik rond 5 uur moe begon te worden, en er rond 6 wel echt genoeg van begon te hebben. Hij ging dus net iets te lang door, maar dat mag geen naam hebben in wat verder echt een heel erg tof concert was! We moesten wel naderhand terug met de trein, waar al wat witteboord loonslaven in zaten die ons argwanend aankeken. Al met al lag ik er rond 8 uur in, en sliep Jennifer 2 uur om daarna naar de ambassade te gaan. Ze had namelijk geen vrij gekregen, dus dat was wat zuur. Ik had echter wel vrij tot 2 uur, dus ik heb er nog 6 uur stevige slaap in gekregen. Wat heerlijk zeg, vooral om dan relatief uitgeslapen om 2 uur wakker te worden.
Ik had om 4 uur een afspraak met Jennifer’s stagebegeleider die aan Jennifer had aangegeven dat hij 20 minuten tijd had om mijn vragen te beantwoorden, en me wat uit te leggen over het werk op de ambassade. Ik kwam daar natuurlijk te vroeg aan, want ik was redelijk zenuwachtig en bezorgd dat ik verdwaald zou raken. Dat gebeurde gelukkig niet, en we dronken wat koffie, en Jenn legde een beetje uit wat haar werk inhield. Om 4 uur kwam Jurrien, de stagebegeleider binnenlopen en begonnen we wat te praten. Hij vertelde hoe hij aan deze positie kwam, en wat hij ervan vond, en ik vertelde wat over mijn aspiraties en interesses, en hij vond het wel leuk en interessant wat ik aan het doen was geloof ik. Hij zei ook dat als ik een stage wilde lopen ik dat ook wel gewoon meteen direct aan hem kon vragen. Dat is natuurlijk supermooi! Hij was ook sowieso veel meer dan ik had verwacht van een ambassademedewerker een hele normale, rustige en vriendelijke kerel. Na dit opbeurende gesprek boekten een vermoeide Jennifer en een ietwat minder vermoeide ik ons door de stromende regen naar huis, maar niet voordat we 2 dvd’s hadden gehaald (waarvan één Harry Potter 5!) en een Japanse film waarvoor we uiteindelijk geen tijd meer hadden. Typisch! In ieder geval, we gingen ook maar eerst even eten bij een Indiaas restaurant, alwaar het eten echt superlekker was, en de medewerkster ook. En ze kon goed Engels, wat zeldzaam is bij Japanners. Na de lekkere curry gingen we op huis aan, keken we Harry Potter aanvankelijk in het Japans, maar het geluid was niet hard genoeg, dus zetten we hem naar Engels, en uiteindelijk hebben we ook daar de ondertiteling moeten aanzetten. Het idee was leuk, de uitvoering krijgt een 5. Na deze film zaten we allebei als een malle te knikkebollen, dus gingen we hardcore slapen. De volgende ochtend moest Jenn gewoon weer werken, en ik uitslapen. Zo gezegd, zo gedaan, en rond 1 uur liep ik Jenn’s huis uit om gewoon wat willekeurig Tokyo te gaan verkennen. Dat vind ik toch leuk altijd, gewoon wat rondlopen. Ik zag Daikanyama, Ebisu, en kwam uit in Shibuya, waar ik zou gaan eten met Peter, de eerdergenoemde trainee van Buitenlandse Zaken. Ik was alleen veel te vroeg in Shibuya, dus na een uur te hebben rondgehangen in de platenzaak en Time magazine gelezen te hebben in de MacDonalds ging ik maar eens kijken of Peter er al was. We zouden Yakitori (gebakken vogel) gaan eten, maar het weer was bout, en die uitspanningen waren half buiten, dus we besloten toch maar naar de sushi carrousel te gaan. Voor 6 euro me volgevreten aan sushi, en daarna een Starbucks gepakt voor de helft van die prijs. We kochten nog een vochtverspreidend apparaat in de vorm van een varken (tegen de droge aircolucht) en gingen bier wegtikken in restaurant “In de Bourgondische Hemel”, een Belgisch restaurant in hartje Shibuya! Super lekker, en super duur bier! Rochefort 10, Westmalle, Kwak. Alle goede spul was er, en met Tom Waits op de achtergrond was dit een redelijk mooie plek voor ondergetekende. De hele avond met Peter vooral gepraat over het studentenleven, over wat we willen doen met ons leven, en over vochtverspreidende plastic varkens. Hij praat ook heel vet Japans, want hij kan het nog niet zo goed, maar mensen snappen hem meestal wel. Cool om te zien moet ik zeggen.
De volgende ochtend ging ik iets eerder van huis weg, en ging ik foto’s schieten van de Meiji Jingu (schrijn) bij verkleurende herfstbladeren. Of eigenlijk, dit hoopte ik. Het verkleuren van de bladeren viel wat tegen, dus nu heb ik foto’s die ook mooi zijn, maar niet zo herfstachtig als ik had gehoopt. Daarna doorgelopen door het park waar raar genoeg echt niemand liep, totdat ik op een prachtig gelig grasveld kwam waar de zon op scheen, en het leek of ik de English countryside in hoog zomer was binnengelopen (zie foto’s)! Daar kwam ik ook wat wazige mensen tegen die wilden praten met mij omdat ik blank was, en die ga ik ontmoeten in Fukuoka, want ik kon ze moeilijk niet mijn nummer geven. Het waren wel gelukkig hele beleefde oude mensen, dus het ergste wat er kan gebeuren is dat ik gratis lunch krijg. Ik had door dit evenement zin gekregen om een hoed te gaan kopen, dus trok ik de duurste winkelstraat in van Tokyo, de Omote-Sandou. Dat is niet helemaal waar. Ik had eerst door de jongeren winkelbuurt, Harajuku, gelopen. Zowel een winterjas als een hoed lukten niet, dus toen ging ik maar naar de Omote-Sandou. Aldaar had je een Ralph Lauren paleis, letterlijk een paleis met kleren die ik allemaal wel aan zou willen. Echt super mooie en leuke kleren, ook mooie winterjassen, maar natuurlijk allemaal 500 euro of meer. Niet gedaan dus, hoewel mijn portemonnee wel een beetje jeukte. Een coole hoed kon ik ook nergens vinden, maar het was wel een leuke uitdaging. Ik heb nog nooit zo energiek geshopt, dus ik heb er nog een ervaring bij!
Het werd echter toch echt tijd om naar de ambassade residentie te gaan, om daar naar de lezing van Prof. Forrer te luisteren. Nou, ik kan veel zeggen, maar de ambassadeur heeft het wat woningen betreft in ieder geval goed voor elkaar. Wat een super mooi huis zeg. Heel veel hout, en deed echt denken aan een oude Hollandse villa. Oja, er waren hapjes en mijn jas werd aangenomen, dus ik voelde me al meteen op mijn gemak! Dit was overigens een Cleveringalezing, en die is dus alleen maar voor studenten uit Leiden. Neem dat in Tokyo, en je hebt een comfortabel klein aantal mensen in de huiskamer van de ambassadeur. Die herkende mij trouwens, dus dat was ook nogal mooi. Flip de Heer is zijn naam, en hij heeft ook als ambassadeur in China gediend, en ook een hoop andere zeer belangrijke posities. Ik was nogal onder de indruk, niet in het minst omdat ook hij zeer rustig en vriendelijk is. Hij heeft een mooi goed Nederlands accent, en hij houdt van vogelkijken. In ieder geval, de lezing was buitengewoon interessant, en daarna begon het eten. Het eten was zeer prettig, en ik zat aan tafel met het hoofd politieke zaken wat goed uitkwam, want zij wist een hoop dingen waar ik benieuwd naar was. Maar eigenlijk hebben we vooral gepraat over de huidige situatie in Oost-Azië, en over onze studententijd in Leiden (die van mij is dan natuurlijk nog niet voorbij, maar dat maakte me niet minder pocherig). Was echt onwijs gezellig, en ik heb ook nog even met Prof. Forrer zelf gepraat, die voor een onderzoek vaak naar Fukuoka komt, en dan ook nog naar mijn campus! We hebben dus afgesproken een keer te gaan lunchen zodra hij weer in de stad is, dus dat is ook leuk. Het onderzoek waarmee hij bezig is is heel interessant, het heeft te maken met een organisatie van dichters die buiten de gezette sociale klassen in de Edo-periode met elkaar optrokken en gedichten componeerden. Het feestmaal duurde tot 11 uur, en een weinig gemarineerd met goede wijn keerde iedereen voldaan terug naar huis.
De volgende ochtend was het Jennifer bedanken, nog kort wat lullen, en op het vliegtuig naar huis. Door het grijze wolkendek kwam ik boven de kalme baai van Fukuoka binnenvliegen en kreeg ik zowaar een klein beetje het gevoel dat ik thuiskwam! Ook meteen het familiaire gevoel dat ik mijn huiswerk niet afhad, dus dat heb ik wonder boven wonder nog afgekregen ook voordat het 5e-uurs college begon. Nu is het zaterdag, rust ik een dag lekker uit, ga ik zo oden (gekookt deeg/vis/spul) eten met andere uitwisselingsstudenten, en een beetje chillen.
In Fukuoka gaat het ook nog steeds goed. Vaak gezellig drinken met mijn medestudenten, vaak lekker karate oefenen met mijn club, en vaak huiswerk maken en beter worden in het Japans. Ik heb zo ongelooflijk weinig te klagen dat je er bijna raar van wordt. Behalve dat ik natuurlijk, zoals ik wel vaker ben, nog sneller Japans wil leren!
Nog even een laatste impressie erbij: Tokyo is mijninsziens een soort van oord voor mensen die nog in de American Dream willen geloven. Het zit vol met (buitenlands) volk dat het hoopt te maken in het leven op een onconventionele manier. Manga-artiesten, Engels-docenten, aspirerende artiesten, en mensen die gewoon een bijbaantje hebben in een van de vele restaurants. Vaak gaan ze veel naar clubs, en voelen ze een affiniteit met de anonieme levensstijl die Tokyo te bieden heeft. Je kan jezelf goed overeind houden met zo’n levensstijl, en ik heb het idee dat dit ook een val is voor veel jongeren, die van de realiteit van het “echte” leven in hun thuisland willen ontsnappen. Echter, er zijn ook gewoon veel jongeren die een jaar ertussenuit gaan, om te zien wat voor vreemde uitzonderingen de wereld te bieden heeft. Ik kan zeggen dat Tokyo zeker een uitzonderlijke positie binnen de wereld inneemt, en dat het een fenomeen is om als buitenstaander met een onderzoekend oog naar te kijken. Om het aan den lijve te ondervinden is echter niet een ervaring die bij mij zou passen. Te ongecontroleerd, te doelloos voor mij, denk ik.
Jongens, houd jullie haaks! Ik doe hetzelfde!
Met de Sultans of Swing op de achtergrond begin ik nu aan mijn artikel, wat een aantal mooie dingen gaat bevatten. Mijn dagelijkse avonturen in Fukuoka zijn natuurlijk vaste kost, maar de Brief van de Week wordt toch echt mijn trip naar Tokyo, alwaar ik logeerde bij Jennifer, met wie ik vorig jaar bestuur draaide van de Leidse Vereniging voor Studenten Japanologie en Koreanistiek: Tanuki. Momenteel loopt zij stage bij de ambassade en heeft zij haar kamp opgezet in Naka-Meguro, een gezellige buurt aan de rand van het “echte” centrum van Tokyo.
Het verhaal hoe ik daar kwam:
Ik wil (zoals sommigen misschien al weten) volgend jaar, zodra ik terugkeer naar Nederland, ook beginnen aan een studie politicologie en de richting uitgaan van het vakgebied Internationale Betrekkingen, en idealiter de diplomatieke dienst in. Elk jaar biedt de opleiding Japanologie voor één persoon een 3 maanden durende stage aan op de economische afdeling van de ambassade van Nederland te Roppongi, Tokyo. Die wilde ik ook wel doen, en het leek me dus leuk om te kijken bij Jennifer hoe dat dan ging, en kijken of ik de gelegenheid zou kunnen krijgen om met wat van de aldaar werkende mensen te praten.
Deze kans bood zich perfect aan toen bleek dat Prof. Dr. Forrer (curator Museum voor Volkenkunde, docent aan Leiden) een lezing zou houden op de residentie van de ambassadeur over hoe de aanschaf door Nederlandse koopmannen van Hokusai’s prenten diens inspiratie zou hebben doen opwakkeren, om vervolgens nog 20 jaar lang andere meesterwerken te kunnen maken. Nu had ik al les gehad van Prof. Forrer, en leek het me wel een grappig onderwerp, en natuurlijk was dit de perfecte kans om ook even met wat mensen van de ambassade te praten. We zouden later dan wel kijken of we er nog wat anders bij zouden kunnen regelen, want dat alleen is wel een reden om naar Tokyo te komen, maar niet genoeg. Deze kans bood zich perfect aan toen Jennifer mij een bericht stuurde van een aankomend concert van Armin van Buuren in de Ageha (http://www.ageha.com/), de grootste club van Azie, zo schijnt. De ambassade was op een bepaalde manier betrokken van het regelen van dit concert, en om die reden kon een vriend van Jennifer, Peter, een rijkstrainee, ook invitational tickets krijgen. Dit betekende gewoon dat we via een andere ingang (genaamd invited guests, met een langere rij, vreemd genoeg) naar binnen mochtten. In ieder geval, dit concert was de druppel die de emmer deed overlopen, dus kort van tevoren lukte het mij met behulp van mijn tutor Jimi om goedkoop een ticket te regelen. Toen ging ik dus ineens over een halve week naar Tokyo! Na toestemming te hebben gekregen van de hoofdprofessor was ik dus nogal opgewonden, want het gebeurt niet vaak dat je zo’n kans krijgt, laat staan dat ik hem zou grijpen. Ik was toch impulsiever dan ik dacht! Daar zat ik dus zondagmiddag in een vliegtuig van de Japanse Easyjet om anderhalf uur later aan te komen op Tokyo Haneda Airport, waar alle binnenlandse vluchten aankomen. 3 kwartier later door alle enorme drukte kwam ik aan bij Jennifer thuis, lulden we eens gezellig wat, haalden we wat hapjes, en trokken we naar Shibuya, waar we met andere mensen hadden afgesproken om een hap te gaan eten voordat we zouden vertrekken naar het feest. Natuurlijk kwam iedereen te laat aandruppelen, maar in Tokyo kan je altijd gewoon voor je kijken voor vermaak, en zeker in Shibuya, omdat iedereen er maf uitziet. Uiteindelijk waren we met zijn vijven: Jennifer, Peter (overigens student Geschiedenis uit Utrecht, en een nogal toffe vent), een Duitser en zijn tijdelijke Japanse vriendin/scharrel. Later kwam er nog wat tof volk bij, maar die weet ik niet meer bij naam. Dat is namelijk ook Tokyo, mensen eenmalig tegenkomen en heel gezellig zijn, en ze daarna nooit meer zien.
Nuja, na het lekkere maal wat niet geheel onverwacht veel te duur was gingen wij terug naar het station, waarachter shuttlebussen vertrokken naar de afgelegen ex-container haven-turned-club Ageha. Je moest je i.d. laten zien, en alles was redelijk streng, maar daardoor ook lekker orderlijk. We kwamen daar aan, en mijn god, het gevoel is redelijk onbeschrijflijk. Ik ben natuurlijk sowieso niet de grootste clubber, maar ik denk dat deze ervaring mijn gebrek aan botte feesten voor de afgelopen 21 jaar wel heeft goedgemaakt. Bijvoorbeeld het feit dat Armin sowieso pas om 3 uur zou beginnen geeft al een hint van wat voor een feest het zou worden. Het was een groot decadent Hedonistisch schouwspel. Iedereen in veel te dure kleren kocht veel te dure drankjes, en er waren veel grote zalen en luide muziek. Met luid bedoel ik ook luid, meerdere mensen stopten soms hun handen over hun oren gewoon omdat het geluidssysteem iets té Leydsch was.
Daar stonden we vanaf 1 uur, met een Red Bull (we moesten nog even) te stampen op een wat onbekendere dj, die het op zich wel kon. We liepen wat rond naar verschillende plekken, zoals een zwembad waaraan een dj wat meer zwembad-achtige liedjes liep te spelen (ja, het was in Tokyo wel 10 graden, maar kniesoor die daar op let), en in een nabije tent werden er remixen gedraaid van oude jarige 1990 techno. Geweldig! We gingen terug naar de hoofdzaal, waar ondertussen de een na tofste dj stond te draaien. Deze kon het ook wel, maar werd op het eind echt goed. Wij wachtten echter natuurlijk op de echte act, de Armin van Buuren, nr. 1 dj volgens een of ander Engels techno magazine. Rond kwart over 3 nam ie netjes het roer over van de vorige dj, en liet wel even zien waarom hij die reputatie heeft. Ik ben niet eens zo’n fan van zijn muziek, maar als je daar staat in zo’n knettergrote zaal, met zweverige Japanners om je heen, en dat je trommelvliezen in de suggestiedoos in je hoofd het idee hebben geplaatst dat je weg moet gaan, heb je toch het idee dat er iets speciaals aan de gang is. We hebben dan ook van toen tot half 7 staan raggen, al moet ik zeggen dat ik rond 5 uur moe begon te worden, en er rond 6 wel echt genoeg van begon te hebben. Hij ging dus net iets te lang door, maar dat mag geen naam hebben in wat verder echt een heel erg tof concert was! We moesten wel naderhand terug met de trein, waar al wat witteboord loonslaven in zaten die ons argwanend aankeken. Al met al lag ik er rond 8 uur in, en sliep Jennifer 2 uur om daarna naar de ambassade te gaan. Ze had namelijk geen vrij gekregen, dus dat was wat zuur. Ik had echter wel vrij tot 2 uur, dus ik heb er nog 6 uur stevige slaap in gekregen. Wat heerlijk zeg, vooral om dan relatief uitgeslapen om 2 uur wakker te worden.
Ik had om 4 uur een afspraak met Jennifer’s stagebegeleider die aan Jennifer had aangegeven dat hij 20 minuten tijd had om mijn vragen te beantwoorden, en me wat uit te leggen over het werk op de ambassade. Ik kwam daar natuurlijk te vroeg aan, want ik was redelijk zenuwachtig en bezorgd dat ik verdwaald zou raken. Dat gebeurde gelukkig niet, en we dronken wat koffie, en Jenn legde een beetje uit wat haar werk inhield. Om 4 uur kwam Jurrien, de stagebegeleider binnenlopen en begonnen we wat te praten. Hij vertelde hoe hij aan deze positie kwam, en wat hij ervan vond, en ik vertelde wat over mijn aspiraties en interesses, en hij vond het wel leuk en interessant wat ik aan het doen was geloof ik. Hij zei ook dat als ik een stage wilde lopen ik dat ook wel gewoon meteen direct aan hem kon vragen. Dat is natuurlijk supermooi! Hij was ook sowieso veel meer dan ik had verwacht van een ambassademedewerker een hele normale, rustige en vriendelijke kerel. Na dit opbeurende gesprek boekten een vermoeide Jennifer en een ietwat minder vermoeide ik ons door de stromende regen naar huis, maar niet voordat we 2 dvd’s hadden gehaald (waarvan één Harry Potter 5!) en een Japanse film waarvoor we uiteindelijk geen tijd meer hadden. Typisch! In ieder geval, we gingen ook maar eerst even eten bij een Indiaas restaurant, alwaar het eten echt superlekker was, en de medewerkster ook. En ze kon goed Engels, wat zeldzaam is bij Japanners. Na de lekkere curry gingen we op huis aan, keken we Harry Potter aanvankelijk in het Japans, maar het geluid was niet hard genoeg, dus zetten we hem naar Engels, en uiteindelijk hebben we ook daar de ondertiteling moeten aanzetten. Het idee was leuk, de uitvoering krijgt een 5. Na deze film zaten we allebei als een malle te knikkebollen, dus gingen we hardcore slapen. De volgende ochtend moest Jenn gewoon weer werken, en ik uitslapen. Zo gezegd, zo gedaan, en rond 1 uur liep ik Jenn’s huis uit om gewoon wat willekeurig Tokyo te gaan verkennen. Dat vind ik toch leuk altijd, gewoon wat rondlopen. Ik zag Daikanyama, Ebisu, en kwam uit in Shibuya, waar ik zou gaan eten met Peter, de eerdergenoemde trainee van Buitenlandse Zaken. Ik was alleen veel te vroeg in Shibuya, dus na een uur te hebben rondgehangen in de platenzaak en Time magazine gelezen te hebben in de MacDonalds ging ik maar eens kijken of Peter er al was. We zouden Yakitori (gebakken vogel) gaan eten, maar het weer was bout, en die uitspanningen waren half buiten, dus we besloten toch maar naar de sushi carrousel te gaan. Voor 6 euro me volgevreten aan sushi, en daarna een Starbucks gepakt voor de helft van die prijs. We kochten nog een vochtverspreidend apparaat in de vorm van een varken (tegen de droge aircolucht) en gingen bier wegtikken in restaurant “In de Bourgondische Hemel”, een Belgisch restaurant in hartje Shibuya! Super lekker, en super duur bier! Rochefort 10, Westmalle, Kwak. Alle goede spul was er, en met Tom Waits op de achtergrond was dit een redelijk mooie plek voor ondergetekende. De hele avond met Peter vooral gepraat over het studentenleven, over wat we willen doen met ons leven, en over vochtverspreidende plastic varkens. Hij praat ook heel vet Japans, want hij kan het nog niet zo goed, maar mensen snappen hem meestal wel. Cool om te zien moet ik zeggen.
De volgende ochtend ging ik iets eerder van huis weg, en ging ik foto’s schieten van de Meiji Jingu (schrijn) bij verkleurende herfstbladeren. Of eigenlijk, dit hoopte ik. Het verkleuren van de bladeren viel wat tegen, dus nu heb ik foto’s die ook mooi zijn, maar niet zo herfstachtig als ik had gehoopt. Daarna doorgelopen door het park waar raar genoeg echt niemand liep, totdat ik op een prachtig gelig grasveld kwam waar de zon op scheen, en het leek of ik de English countryside in hoog zomer was binnengelopen (zie foto’s)! Daar kwam ik ook wat wazige mensen tegen die wilden praten met mij omdat ik blank was, en die ga ik ontmoeten in Fukuoka, want ik kon ze moeilijk niet mijn nummer geven. Het waren wel gelukkig hele beleefde oude mensen, dus het ergste wat er kan gebeuren is dat ik gratis lunch krijg. Ik had door dit evenement zin gekregen om een hoed te gaan kopen, dus trok ik de duurste winkelstraat in van Tokyo, de Omote-Sandou. Dat is niet helemaal waar. Ik had eerst door de jongeren winkelbuurt, Harajuku, gelopen. Zowel een winterjas als een hoed lukten niet, dus toen ging ik maar naar de Omote-Sandou. Aldaar had je een Ralph Lauren paleis, letterlijk een paleis met kleren die ik allemaal wel aan zou willen. Echt super mooie en leuke kleren, ook mooie winterjassen, maar natuurlijk allemaal 500 euro of meer. Niet gedaan dus, hoewel mijn portemonnee wel een beetje jeukte. Een coole hoed kon ik ook nergens vinden, maar het was wel een leuke uitdaging. Ik heb nog nooit zo energiek geshopt, dus ik heb er nog een ervaring bij!
Het werd echter toch echt tijd om naar de ambassade residentie te gaan, om daar naar de lezing van Prof. Forrer te luisteren. Nou, ik kan veel zeggen, maar de ambassadeur heeft het wat woningen betreft in ieder geval goed voor elkaar. Wat een super mooi huis zeg. Heel veel hout, en deed echt denken aan een oude Hollandse villa. Oja, er waren hapjes en mijn jas werd aangenomen, dus ik voelde me al meteen op mijn gemak! Dit was overigens een Cleveringalezing, en die is dus alleen maar voor studenten uit Leiden. Neem dat in Tokyo, en je hebt een comfortabel klein aantal mensen in de huiskamer van de ambassadeur. Die herkende mij trouwens, dus dat was ook nogal mooi. Flip de Heer is zijn naam, en hij heeft ook als ambassadeur in China gediend, en ook een hoop andere zeer belangrijke posities. Ik was nogal onder de indruk, niet in het minst omdat ook hij zeer rustig en vriendelijk is. Hij heeft een mooi goed Nederlands accent, en hij houdt van vogelkijken. In ieder geval, de lezing was buitengewoon interessant, en daarna begon het eten. Het eten was zeer prettig, en ik zat aan tafel met het hoofd politieke zaken wat goed uitkwam, want zij wist een hoop dingen waar ik benieuwd naar was. Maar eigenlijk hebben we vooral gepraat over de huidige situatie in Oost-Azië, en over onze studententijd in Leiden (die van mij is dan natuurlijk nog niet voorbij, maar dat maakte me niet minder pocherig). Was echt onwijs gezellig, en ik heb ook nog even met Prof. Forrer zelf gepraat, die voor een onderzoek vaak naar Fukuoka komt, en dan ook nog naar mijn campus! We hebben dus afgesproken een keer te gaan lunchen zodra hij weer in de stad is, dus dat is ook leuk. Het onderzoek waarmee hij bezig is is heel interessant, het heeft te maken met een organisatie van dichters die buiten de gezette sociale klassen in de Edo-periode met elkaar optrokken en gedichten componeerden. Het feestmaal duurde tot 11 uur, en een weinig gemarineerd met goede wijn keerde iedereen voldaan terug naar huis.
De volgende ochtend was het Jennifer bedanken, nog kort wat lullen, en op het vliegtuig naar huis. Door het grijze wolkendek kwam ik boven de kalme baai van Fukuoka binnenvliegen en kreeg ik zowaar een klein beetje het gevoel dat ik thuiskwam! Ook meteen het familiaire gevoel dat ik mijn huiswerk niet afhad, dus dat heb ik wonder boven wonder nog afgekregen ook voordat het 5e-uurs college begon. Nu is het zaterdag, rust ik een dag lekker uit, ga ik zo oden (gekookt deeg/vis/spul) eten met andere uitwisselingsstudenten, en een beetje chillen.
In Fukuoka gaat het ook nog steeds goed. Vaak gezellig drinken met mijn medestudenten, vaak lekker karate oefenen met mijn club, en vaak huiswerk maken en beter worden in het Japans. Ik heb zo ongelooflijk weinig te klagen dat je er bijna raar van wordt. Behalve dat ik natuurlijk, zoals ik wel vaker ben, nog sneller Japans wil leren!
Nog even een laatste impressie erbij: Tokyo is mijninsziens een soort van oord voor mensen die nog in de American Dream willen geloven. Het zit vol met (buitenlands) volk dat het hoopt te maken in het leven op een onconventionele manier. Manga-artiesten, Engels-docenten, aspirerende artiesten, en mensen die gewoon een bijbaantje hebben in een van de vele restaurants. Vaak gaan ze veel naar clubs, en voelen ze een affiniteit met de anonieme levensstijl die Tokyo te bieden heeft. Je kan jezelf goed overeind houden met zo’n levensstijl, en ik heb het idee dat dit ook een val is voor veel jongeren, die van de realiteit van het “echte” leven in hun thuisland willen ontsnappen. Echter, er zijn ook gewoon veel jongeren die een jaar ertussenuit gaan, om te zien wat voor vreemde uitzonderingen de wereld te bieden heeft. Ik kan zeggen dat Tokyo zeker een uitzonderlijke positie binnen de wereld inneemt, en dat het een fenomeen is om als buitenstaander met een onderzoekend oog naar te kijken. Om het aan den lijve te ondervinden is echter niet een ervaring die bij mij zou passen. Te ongecontroleerd, te doelloos voor mij, denk ik.
Jongens, houd jullie haaks! Ik doe hetzelfde!
maandag 3 november 2008
Foto's!
Eindelijk, ze zijn er, de langverwachte foto's!
Alles tot nu toe is te vinden op mijn fotosite, klik daarvoor op onderstaande link. Ook al neemt, onder invloed van het dagelijks leven, het aantal foto's dat ik neem af, hoop ik dat het nog steeds voldoende is om jullie een idee te geven van hoe ik het hier heb.
http://s362.photobucket.com/albums/oo66/degemaskerdewreker/?albumview=grid
Mensen zonder Flash: http://s362.photobucket.com/albums/oo66/degemaskerdewreker/
Binnenkort een volgende post!
Alles tot nu toe is te vinden op mijn fotosite, klik daarvoor op onderstaande link. Ook al neemt, onder invloed van het dagelijks leven, het aantal foto's dat ik neem af, hoop ik dat het nog steeds voldoende is om jullie een idee te geven van hoe ik het hier heb.
http://s362.photobucket.com/albums/oo66/degemaskerdewreker/?albumview=grid
Mensen zonder Flash: http://s362.photobucket.com/albums/oo66/degemaskerdewreker/
Binnenkort een volgende post!
maandag 27 oktober 2008
Gewenning
Het is alweer een tijdje geleden! Ik voorspelde eerder dat ik waarschijnlijk steeds minder interessante dingen zou beleven, maar niets is minder waar! Het leven hier houdt mij scherp, en het moge gezegd worden dat ik het hierdoor zo druk heb dat het moeilijk is tijd te vinden om op mijn weblog berichten te plaatsen.
Ik zal eerst een beschrijving geven van een normale doordeweekse dag.
Opstaan.
Dit vraagt wat wilskracht, want soms moet ik om half 8 op, en dat vind ik veel te vroeg. Ik gooi wat wazig Japans brood in de toaster, smeer er, jawel, Duo Penotti op, en pak meestal gehaast mijn fiets omdat ik het te rustig aandeed met het ontbijt. 20 minuten lang rijd ik door de jungle van voetgangers die mijn fietsbel negeren, om uiteindelijk aan te komen bij de oorlogsruine die de Hakozaki Campus is.
In Japan heb je over het algemeen twee types universiteit: Prive-universiteiten en overheidsuniversiteiten. Voor de eerste betaal je je helemaal blauw, maar heb je wel mooie gebouwen, en de tweede zien er uit als oude bunkers, maar wel met een schijnbaar betere kwaliteit onderwijs.
Dit geloof ik best, aangezien de kwaliteit van de colleges hier uitstekend is! Natuurlijk is het zo dat er voor mij altijd de toegevoegde waarde is van het Japans leren, en dat doe ik naar welk college ik ook ga. Echter, de meeste colleges hebben ook een goede inhoud en doen je zeer veel nadenken, en de meeste docenten lokken ook discussie uit. Ik merk nu al dat ik me daar meer in kan mengen, en wat ik eerder zei over dat de colleges moeilijk zouden worden geldt nog steeds, maar ik begin er al sneller in te raken dan ik hoopte. Houd er echter wel rekening mee dat de meeste colleges zijn aangepast voor internationale studenten, en dat dientengevolge de docenten ook rustiger praten. Het is dan weer wel zo dat er hier een hoog niveau Japans wordt verwacht, dus heel makkelijk is het niet. Ik zal even een korte samenvatting geven van alle colleges die ik volg.
上級日本語A:Y世代 (Hoog niveau Japans A: Y generatie). In dit college praten we over de generatiekloof die momenteel in Japan ontstaat, waarin het grootste verschil vooral is de jeugd die computers en andere electronica gebruikt, en de ouderen die daarin niet mee komen. Ook het verval van de Japanse beleefdheidstaal komt hier aan bod. Over het hoe en waarom van deze dingen praten we tijdens de les, en we moeten er krantenartikelen over lezen.
上級日本語D:文法 (Hoog niveau Japans D: Grammatica) Ook hier lezen we krantenartikelen, maar staat het huiswerk in het teken van grammatica. We praten nog steeds over de inhoud van de krantenartikelen, en over hoe het in ons eigen land is, maar moeten ons huiswerk in goede grammaticale structuur inleveren. Het is niet zo dat dit bij andere colleges niet hoeft, maar er wordt er hier strenger op gelet.
漢字7: Kanji 7. Het op een na hoogste niveau kanji vak, en het is gelukkig niet heel zwaar. Dit is deels te danken aan het feit dat Kunimori-sensei me al had aangeraden het boek te kopen, resulterend in het feit dat ik het lesboek nu al volledig uit heb. Het huiswerk is echter vernieuwend, en ik leer genoeg nieuwe woorden. Het is ook echter veel en daardoor soms repetatief. Zo heb ik gisteren 3 uur aan een stuk lopen pennen, en dat werd uiteindelijk een beetje vervelend. Zometeen heb ik een test voor dit vak, maar ook dat zal wel niet al te moeilijk worden.
読解5: Lezen 5: Omdat Europeanen niet zo snel kanji kunnen lezen als Aziaten, zijn de Europeanen allemaal een beetje gefaald op de plaatsingstest. Het resultaat is lezen 5, waarin je als een kleuter aan de hand wordt genomen door teksten over dolfijnen en regenbogen (geen grapje!). Ik heb deze les echter met Fritsie, en het is een welkom tranquil moment in de storm van alle andere zware colleges. Eigenlijk is het vooral lachen met Fritsie, want hij blijft echt de koning.
日本語・日本文化と社会概論: De les gegeven door Shimizu-sensei, het opperhoofd van ons JLCC programma. De titel is een algemene discussie betreffende de Japanse taal, cultuur en maatschappij. De les gaat desondanks vooral over Japanse literatuur, en het spoort je aan om vooral zelf na te denken. Dit is misschien wel het leukste college, omdat Shimizu-sensei een angstig soort respect afdwingt, niet in het minst door haar duivelse lach, en omdat ze onwijs aardig is. Ook zijn de vragen zo gesteld dat je je niet zorgen hoeft te maken over het niveau van Japans in het huiswerk, maar dat je vooral heel hard moet gaan nadenken. Dit heeft als resultaat dat zelfs ik, die normaal alles haastig doet, soms een half uur niets opschrijft en nadenkt over wat een passend antwoord zou kunnen zijn op de vraag. Het zijn van die vragen waarop geen enkel antwoord correct is, wat fijn is maar soms ook moeilijk, dus uitdagend.
日本の農業・工業の発展: De ontwikkeling van de Japanse landbouw en industrie. Dit college valt niet binnen het JLCC programma, en is dus redelijk meedogenloos richting internationale studenten. Er worden zeer veel gespecialiseerde woorden gebruikt, en de docent schrijft lelijk en praat snel. Hij is echter wel aardig, en legt graag uit wat hij bedoelt als je het maar vraagt. In les 1 maakte ik me echt zorgen of ik alles wel zou kunnen volgen, maar in les 2, die ik net had, begreep ik bijna alles. Dit was zeer fijn, en ik ontdekte nu ook dat de les een soort aardrijkskunde/economie vak is, het soort wat je eigenlijk ook op de middelbare school had, maar dan met Oost-Azie als focus. Zeer leerzaam dus, en spoorde mij ook aan tot denken. Ook geeft het geen huiswerk, wat nogal mooi is.
調査方法研究: Manieren van onderzoeken. Deze les wordt gegeven door een grapjas die eruit ziet als Shigeru Miyamoto, de oprichter van Nintendo. Hij heeft echter een hoop goede punten, en ik denk dat hij goed van pas zal komen in de scriptie die we hier aan het eind van het jaar zullen moeten inleveren. Dit zal niet makkelijk worden, maar is een zorg die ik voor later kan bewaren. In ieder geval helpt deze Koyama-sensei ons in hoe we een goede scriptie moeten schrijven.
Buiten deze colleges komen er nog wat, maar deze geven me ook al genoeg werk.
Verder wilde ik nog wat buiten colleges doen, dus ben ik bij de Kyuushuu universiteit geneeskunde afdeling karateclub gegaan! Met deze club train ik drie keer per week in de dojo op het grondgebied van het academisch ziekenhuis van Fukuoka (of een van de, dat weet ik niet zeker). De trainingen duren 2 en een half uur, en naderhand gaan we wat eten en drinken.
Nu begrijpt de lieve lezer wel dat ik helemaal geen knal snap van karate, laat staan dat ik lenig genoeg ben om het snel te leren. Dit leidt tot zeer grappige reacties, maar ook tot zeer aardige clubgenoten die me graag uitleggen hoe ik het wel moet doen. Het voelt erg lekker om mee te trainen, en mijn lichaam voelt ook steeds wat gezonder. Ik ben trouwens in deze club gekomen omdat mijn tutor, Jimi (Tajimi Takahiro), er ook bij zat en vroeg of ik mee wilde doen. Dat hebben ze geweten, want ik ben er tot nu toe sinds ik erbij kwam elke keer aanwezig geweest. Gisteren waren er maar 3 mensen, en zei de captain dat we beter meteen konden gaan eten omdat het zo eenzaam was. Daar had ik echter geen zin in, dus we zijn eerst maar anderhalf uur nog gaan trainen, en hij vond het wel leuk dat ik zo graag mee wilde trainen, en door het kleine aantal mensen kon hij me goed helpen. Echt een hele aardige kerel, en ook de andere ouderejaars zijn vet. Vooral een, Iura-sempai is super vet. Hij kijkt altijd super rustig uit zijn ogen, heeft echt zo'n coole Japanner uitstraling en is ook nog eens ongelooflijk goed in karate. Zijn Ki-Ai schreeuw is ook echt geweldig: het doet mij het meest denken aan het geluid wat een Utrecht supporter maakt als we hebben gescoord. Hij helpt me ook echt geweldig, en je kan ook nog eens goed met hem praten. Dit deed ik afgelopen zaterdag, toen we naar een eerstejaars/tweedejaars karate toernooi gingen buiten Fukuoka. Alle geneeskunde-karate clubs van Kyuushuu waren er, en we hebben de finale gehaald, maar daar verloren we helaas doordat de tegenstanders allemaal tweedejaars met bruine banden waren. Ik deed zelf natuurlijk niet mee, maar was er als supporter, wat men al grappig genoeg vond. Echter, ik verkoos niet deel te nemen aan het zuipfestijn dat erop volgde, omdat ik nog huiswerk moest maken en 4 keer met de club zijn, en 5 keer in een week drinken me wel genoeg leek. Ik feest hier ook redelijk wat, maar wel met mate, en ik zorg altijd nog dat ik mijn huiswerk goed kan maken. Wat een goede student lijk ik zeg!
Er zijn nog wat dingen gebeurd, zoals dat we naar een pretpark aan zee gingen, wat geweldig mooi was, en eet ik vaak samen met andere uitwisselingsstudenten. Ook zijn er wat borrels geweest met andere uitwisselingsstudenten, waarover vooral foto's op facebook staan. Ik zal ze echter binnenkort overplaatsen naar mijn fotopagina, wat dit keer echt binnenkort is, want ik heb volgende week waarschijnlijk echt internet!
Anyway, mijn algemene ervaring, in het kort, is dat het hier steeds leuker wordt, en dat het patroon waar ik nu in geraak zeer prettig is. Zodra ik dit een sleur begin te noemen, zal ik gaan denken aan andere dingen, maar ik heb het idee dat dat nog wel even zal duren! De mensen zijn fijn, het bier is veel, en het eten goedkoop!
Jongens, het leven is mooi!
Ik zal eerst een beschrijving geven van een normale doordeweekse dag.
Opstaan.
Dit vraagt wat wilskracht, want soms moet ik om half 8 op, en dat vind ik veel te vroeg. Ik gooi wat wazig Japans brood in de toaster, smeer er, jawel, Duo Penotti op, en pak meestal gehaast mijn fiets omdat ik het te rustig aandeed met het ontbijt. 20 minuten lang rijd ik door de jungle van voetgangers die mijn fietsbel negeren, om uiteindelijk aan te komen bij de oorlogsruine die de Hakozaki Campus is.
In Japan heb je over het algemeen twee types universiteit: Prive-universiteiten en overheidsuniversiteiten. Voor de eerste betaal je je helemaal blauw, maar heb je wel mooie gebouwen, en de tweede zien er uit als oude bunkers, maar wel met een schijnbaar betere kwaliteit onderwijs.
Dit geloof ik best, aangezien de kwaliteit van de colleges hier uitstekend is! Natuurlijk is het zo dat er voor mij altijd de toegevoegde waarde is van het Japans leren, en dat doe ik naar welk college ik ook ga. Echter, de meeste colleges hebben ook een goede inhoud en doen je zeer veel nadenken, en de meeste docenten lokken ook discussie uit. Ik merk nu al dat ik me daar meer in kan mengen, en wat ik eerder zei over dat de colleges moeilijk zouden worden geldt nog steeds, maar ik begin er al sneller in te raken dan ik hoopte. Houd er echter wel rekening mee dat de meeste colleges zijn aangepast voor internationale studenten, en dat dientengevolge de docenten ook rustiger praten. Het is dan weer wel zo dat er hier een hoog niveau Japans wordt verwacht, dus heel makkelijk is het niet. Ik zal even een korte samenvatting geven van alle colleges die ik volg.
上級日本語A:Y世代 (Hoog niveau Japans A: Y generatie). In dit college praten we over de generatiekloof die momenteel in Japan ontstaat, waarin het grootste verschil vooral is de jeugd die computers en andere electronica gebruikt, en de ouderen die daarin niet mee komen. Ook het verval van de Japanse beleefdheidstaal komt hier aan bod. Over het hoe en waarom van deze dingen praten we tijdens de les, en we moeten er krantenartikelen over lezen.
上級日本語D:文法 (Hoog niveau Japans D: Grammatica) Ook hier lezen we krantenartikelen, maar staat het huiswerk in het teken van grammatica. We praten nog steeds over de inhoud van de krantenartikelen, en over hoe het in ons eigen land is, maar moeten ons huiswerk in goede grammaticale structuur inleveren. Het is niet zo dat dit bij andere colleges niet hoeft, maar er wordt er hier strenger op gelet.
漢字7: Kanji 7. Het op een na hoogste niveau kanji vak, en het is gelukkig niet heel zwaar. Dit is deels te danken aan het feit dat Kunimori-sensei me al had aangeraden het boek te kopen, resulterend in het feit dat ik het lesboek nu al volledig uit heb. Het huiswerk is echter vernieuwend, en ik leer genoeg nieuwe woorden. Het is ook echter veel en daardoor soms repetatief. Zo heb ik gisteren 3 uur aan een stuk lopen pennen, en dat werd uiteindelijk een beetje vervelend. Zometeen heb ik een test voor dit vak, maar ook dat zal wel niet al te moeilijk worden.
読解5: Lezen 5: Omdat Europeanen niet zo snel kanji kunnen lezen als Aziaten, zijn de Europeanen allemaal een beetje gefaald op de plaatsingstest. Het resultaat is lezen 5, waarin je als een kleuter aan de hand wordt genomen door teksten over dolfijnen en regenbogen (geen grapje!). Ik heb deze les echter met Fritsie, en het is een welkom tranquil moment in de storm van alle andere zware colleges. Eigenlijk is het vooral lachen met Fritsie, want hij blijft echt de koning.
日本語・日本文化と社会概論: De les gegeven door Shimizu-sensei, het opperhoofd van ons JLCC programma. De titel is een algemene discussie betreffende de Japanse taal, cultuur en maatschappij. De les gaat desondanks vooral over Japanse literatuur, en het spoort je aan om vooral zelf na te denken. Dit is misschien wel het leukste college, omdat Shimizu-sensei een angstig soort respect afdwingt, niet in het minst door haar duivelse lach, en omdat ze onwijs aardig is. Ook zijn de vragen zo gesteld dat je je niet zorgen hoeft te maken over het niveau van Japans in het huiswerk, maar dat je vooral heel hard moet gaan nadenken. Dit heeft als resultaat dat zelfs ik, die normaal alles haastig doet, soms een half uur niets opschrijft en nadenkt over wat een passend antwoord zou kunnen zijn op de vraag. Het zijn van die vragen waarop geen enkel antwoord correct is, wat fijn is maar soms ook moeilijk, dus uitdagend.
日本の農業・工業の発展: De ontwikkeling van de Japanse landbouw en industrie. Dit college valt niet binnen het JLCC programma, en is dus redelijk meedogenloos richting internationale studenten. Er worden zeer veel gespecialiseerde woorden gebruikt, en de docent schrijft lelijk en praat snel. Hij is echter wel aardig, en legt graag uit wat hij bedoelt als je het maar vraagt. In les 1 maakte ik me echt zorgen of ik alles wel zou kunnen volgen, maar in les 2, die ik net had, begreep ik bijna alles. Dit was zeer fijn, en ik ontdekte nu ook dat de les een soort aardrijkskunde/economie vak is, het soort wat je eigenlijk ook op de middelbare school had, maar dan met Oost-Azie als focus. Zeer leerzaam dus, en spoorde mij ook aan tot denken. Ook geeft het geen huiswerk, wat nogal mooi is.
調査方法研究: Manieren van onderzoeken. Deze les wordt gegeven door een grapjas die eruit ziet als Shigeru Miyamoto, de oprichter van Nintendo. Hij heeft echter een hoop goede punten, en ik denk dat hij goed van pas zal komen in de scriptie die we hier aan het eind van het jaar zullen moeten inleveren. Dit zal niet makkelijk worden, maar is een zorg die ik voor later kan bewaren. In ieder geval helpt deze Koyama-sensei ons in hoe we een goede scriptie moeten schrijven.
Buiten deze colleges komen er nog wat, maar deze geven me ook al genoeg werk.
Verder wilde ik nog wat buiten colleges doen, dus ben ik bij de Kyuushuu universiteit geneeskunde afdeling karateclub gegaan! Met deze club train ik drie keer per week in de dojo op het grondgebied van het academisch ziekenhuis van Fukuoka (of een van de, dat weet ik niet zeker). De trainingen duren 2 en een half uur, en naderhand gaan we wat eten en drinken.
Nu begrijpt de lieve lezer wel dat ik helemaal geen knal snap van karate, laat staan dat ik lenig genoeg ben om het snel te leren. Dit leidt tot zeer grappige reacties, maar ook tot zeer aardige clubgenoten die me graag uitleggen hoe ik het wel moet doen. Het voelt erg lekker om mee te trainen, en mijn lichaam voelt ook steeds wat gezonder. Ik ben trouwens in deze club gekomen omdat mijn tutor, Jimi (Tajimi Takahiro), er ook bij zat en vroeg of ik mee wilde doen. Dat hebben ze geweten, want ik ben er tot nu toe sinds ik erbij kwam elke keer aanwezig geweest. Gisteren waren er maar 3 mensen, en zei de captain dat we beter meteen konden gaan eten omdat het zo eenzaam was. Daar had ik echter geen zin in, dus we zijn eerst maar anderhalf uur nog gaan trainen, en hij vond het wel leuk dat ik zo graag mee wilde trainen, en door het kleine aantal mensen kon hij me goed helpen. Echt een hele aardige kerel, en ook de andere ouderejaars zijn vet. Vooral een, Iura-sempai is super vet. Hij kijkt altijd super rustig uit zijn ogen, heeft echt zo'n coole Japanner uitstraling en is ook nog eens ongelooflijk goed in karate. Zijn Ki-Ai schreeuw is ook echt geweldig: het doet mij het meest denken aan het geluid wat een Utrecht supporter maakt als we hebben gescoord. Hij helpt me ook echt geweldig, en je kan ook nog eens goed met hem praten. Dit deed ik afgelopen zaterdag, toen we naar een eerstejaars/tweedejaars karate toernooi gingen buiten Fukuoka. Alle geneeskunde-karate clubs van Kyuushuu waren er, en we hebben de finale gehaald, maar daar verloren we helaas doordat de tegenstanders allemaal tweedejaars met bruine banden waren. Ik deed zelf natuurlijk niet mee, maar was er als supporter, wat men al grappig genoeg vond. Echter, ik verkoos niet deel te nemen aan het zuipfestijn dat erop volgde, omdat ik nog huiswerk moest maken en 4 keer met de club zijn, en 5 keer in een week drinken me wel genoeg leek. Ik feest hier ook redelijk wat, maar wel met mate, en ik zorg altijd nog dat ik mijn huiswerk goed kan maken. Wat een goede student lijk ik zeg!
Er zijn nog wat dingen gebeurd, zoals dat we naar een pretpark aan zee gingen, wat geweldig mooi was, en eet ik vaak samen met andere uitwisselingsstudenten. Ook zijn er wat borrels geweest met andere uitwisselingsstudenten, waarover vooral foto's op facebook staan. Ik zal ze echter binnenkort overplaatsen naar mijn fotopagina, wat dit keer echt binnenkort is, want ik heb volgende week waarschijnlijk echt internet!
Anyway, mijn algemene ervaring, in het kort, is dat het hier steeds leuker wordt, en dat het patroon waar ik nu in geraak zeer prettig is. Zodra ik dit een sleur begin te noemen, zal ik gaan denken aan andere dingen, maar ik heb het idee dat dat nog wel even zal duren! De mensen zijn fijn, het bier is veel, en het eten goedkoop!
Jongens, het leven is mooi!
donderdag 9 oktober 2008
Fritsie
Hoi jongens!
Laat ik beginnen met uit te leggen waarom deze blog zo lang op zich liet wachten. Behalve de onontkoombare afname van het aantal interessante nieuws, is er ook het nare feit dat ik nog geen internet heb. Het hoe en waarom wordt langzaam duidelijk in dit verhaal!
Ik was bij mijn vertrek uit Kyoto gebleven. Aangezien dit een redelijk lange tijd geleden is, ben ik bang dat ik daar niet meer zoveel van weet. Wat ik echter wel nog weet was het eerdergenoemde feestje wat Yuuki voor mij had georganiseerd de dinsdagavond voor mijn vertrek, en dat dat zeer geslaagd was. We zaten met een grote groep Amerikanen, Yuuki, Atsushi (een briljante dude die in Utrecht had gestudeerd) en Angel, en hebben onder het genot van een aanzienlijke hoeveelheid gerstenat wat Japans gebraden vlees naarbinnen gewerkt. Het werd steeds gezelliger, en na alle liflafjes zat iedereen toch vol en gingen wij verder naar een nabijgelegen filiaal van de Moonwalk, een bar waar alle coctails 1.40 euro kosten, en gingen we ons daar verder beschenken. Al met al was het een hele gezellige avond, en het leuke aan Japan is dat je vroeg begint en vroeg eindigt, zodat je de volgende dag nog wel wat hebt aan je dag. We namen dan ook de bus van rond elven en lagen netjes klokslag 12 op 1 oor. Wat niet verkeerd was, want Angel moest weer vroeg op, en ik dus ook, want hij moest de sleutel meenemen. Dit resulteerde in het feit dat ik met mijn bloederig grote koffer, gevuld met ondertussen meer dan de eerdere 31 kilo en mijn laptoptas, mij sleepte naar het dichtstbijzijnde station. De dag was echter nog jong, en mijn trein zou pas in de middag vertrekken, dus ik ging nog een weinig studeren in een leuke koffiebar die daar in de buurt was. Het afscheid van Angel was overigens wel grappig, want we gingen voor zijn huis gewoon allebei de andere kant op, met het vreemde gevoel dat we elkaar die avond toch wel weer gingen zien. Dat was dit keer echt niet zo, want rond kwart voor twaalf zat ik toch echt op de Shinkansen naar mijn eindbestemming: Fukuoka! In de trein begon het toch eindelijk tot me door te dringen dat de vakantie voorbij was, en dat het echte werk zou gaan beginnen. Met wat zenuwen in mijn buik zat ik dan ook slapeloos naar buiten te kijken terwijl we de vallei van Kyoto uitreden, terugdenkend aan een geweldige tijd met Angel en Yuuki, en hopend dat ik ook dit soort vrienden zou maken in Fukuoka. Idealiter wel Japanse vrienden, want daarvoor zijn we er toch!
Daar kwam ik dan aan, om 3 uur 's middags, in de stad waar het allemaal ging gebeuren. Het weer was, zeker vergeleken met Nederland, maar ook met Kyoto, verrukkelijk! Een prettige 25 graden, en een vriendelijke man die me bij de uitgang stond op te wachten met de vraag of ik Hendrik san was. Na hem uitgelegd te hebben dat het daar wel bij in de buurt kwam, gingen we met de taxi op weg. Mijn eerste impressie (eigenlijk mijn tweede, want ik was er al eens geweest 3 jaar geleden), was eigenlijk al de goede. Fukuoka is een stad met een fijn klimaat, en het ligt leuk aan zee, maar het is geen mooie stad. Er is ruimte, de mensen zijn aardig, en dat maakt de stad ook fijn. Het is wel duidelijk dat Fukuoka een plek is om te wonen, en niet om te bezoeken als toerist, in ieder geval niet in de mate van Tokyo en Kyoto. Alle gebouwen zijn betonnen flats in verschillende soorten en maten, met als treurige hoogtepunt onze universiteitscampus en het appartementencomplex waarin de uitwisselingsstudenten wonen.
In mooi weer ziet alles er echter leuk uit, en aangezien ik een hoop aan mijn hoofd had en heb, geef ik er eigenlijk niet zo om.
De taxirit eindigde op het appartementencomplex, waar ik al goed begon: ik haalde mijn vinger grandioos open aan de veel te zware koffer, waarop er meteen een hulpteam van twee Japanners kwam om een pleister om mijn vinger te winden. Het hoofdgebouw binnenlopende zag ik Milan zitten, die ook net aan was gekomen met het vliegtuig. We namen de nodige papieren door, zetten handtekeningen waar nodig was, en toen werd ik naar mijn kamer geleid. Aldaar ontmoette ik mijn tutor, die me zou ophalen van de trein, maar te laat was omdat z'n horloge nog op Chinese tijd stond. Dit markeert ook al meteen zijn persoonlijkheid een beetje. Hij heet Takahiro, studeert geneeskunde en het leek hem wel leuk om tutor te worden van een uitwisselingsstudent. Hij is echt een ongelooflijk relaxte kerel, maar hielp me wel goed met het doen van de inkopen bij de naburige shopping mall, en met het inrichten van mijn kamer. Naderhand gingen we ook nog de spullen ophalen die de vorige Leydsche studente die hier zat had achter gelaten, en die bleken meer dan voldoende om mijn kamer mee in te richten. Zo had ik dus aan het eind van de dag van aankomst schier voldoende accessoires voor het kleine appartementje dat ik een jaar mijn heimat mocht noemen. Ik noem het klein, maar het is op zich best fijn. Het heeft een balkon, een bed met een kapotte beddenla, een brak bureau, en een gat in de muur, maar het heeft ook karakter, deels te danken aan de pittoreske tl-buis en mijn plastic vloerbedekking. De komende dagen zou ik echter nog veel inkopen doen om het plaatje toch wat completer te maken. Inkopen zoals daar zijn: een elektrische tandenborstel, wasmiddel, een computermuis en dat soort kleine dingen. Het is misschien goed te vermelden dat ons appartementencomplex op 5 minuten loopafstand ligt van de eerdergenoemde shopping mall, en dat zich daar ook een gigantische supermarkt bevindt. Ook is het grappig te vermelden dat hoewel Milan en ik hadden aangegeven liever niet naast elkaar te wonen, dat wel is gebeurd en we daar nu ook wel tevreden mee zijn, ook al is het misschien niet altijd beter voor ons Japans. Daarbuiten praten we echter alleen maar Japans, en ik krijg dan ook veel oefening, en word dag in dag uit geconfronteerd met het feit dat ik nog zoveel te leren heb. Je zou er bijna de controller van neerleggen, maar zo ver gaat het niet komen! Het is namelijk ook een heerlijk gevoel om grappen in het Japans over te kunnen brengen, en als het lukt om jouw statement over euthenasie naar buiten te werken, hoewel ik daar soms wel nog mijn handen en voeten als ondersteuning nodig heb.
Dag twee in Fukuoka gebeurde er meteen niet zoveel, omdat dit ook nog een dag was voor studenten om te arriveren. Daarom gingen Milan en ik nog maar dingen inkopen die in ons hoofd waren opgekomen, aten we wat, en gingen we wat chillen. We waren allebei redelijk moe van de vorige dag, dus een rustdagje was wel fijn. Zeker omdat we de volgende dag vroeg opmoesten om ons in te schrijven bij allerlei instanties. Het was op deze dag dat ik Fritsie ontmoette. Een man uit een stuk, een kerel uit duizenden, een geweldenaar, en een Koreaan. Z'n echte naam is Min Song, maar de uitspraak daarvan was raar, en hij is gewoon gemaakt om Fritsie te heten. Hij weet nu ook hoe hij dat moet zeggen ("Ik ben Fritsie"), tot groot vermaak van Milan en mij. De twee andere Europese studenten die ons programma meelopen zijn Diego, een Italiaan, en Jakob, een Duitser. Behalve dat zijn er vooral Chinezen en Koreanen, of andere Aziaten. Dit is fijn, want dan moeten we wel Japans met ze praten. Het zijn ook vooral vrouwen, wat ook vermakelijk is, alhoewel ik toch niet voor het Aziatische gemaakt ben, zo merk ik. In ieder geval ga ik hier vooral om met Milan en Fritsie en Diego, maar eigenlijk gaan alle studenten van mijn programma (genaamd JLCC, Japanese Language and Culture Course), veel met elkaar om. We eten samen, vertalen samen onze formulieren, en drinken samen op het strand op 5 minuten loopafstand van ons appartement. Nogal mooi.
Wat er dat weekend gebeurde weet ik niet meer precies, omdat de dagen een beetje op elkaar leken. Shoppen, chillen, studeren, en internetten in het naburige park. Momenteel zijn we bezig met inschrijven voor een bepaalde internetconnectie, maar dit zal nog 3 weken duren, dus we moeten het nu zonder doen. Echter, in de buurt is een park waar in een van de appartementen een kerel woont die zo aardig is geen wachtwoord te hebben op zijn draadloze netwerk, dus zie je er soms wel 10 studenten zitten met laptops, rond 9 uur 's avonds. Een zeer grappig gezicht. Ik herinner me echter wel dat we die zondag nog een Tenjin Tour hadden, wat betekende dat we naar het centrum van Fukuoka gingen, om daar wat "belangrijke" plaatsen te bezoeken. Het was zeer nutteloos, maar het feit dat mijn tutor mee was maakte alles weer goed, en ik heb goed en veel gelachen.
Die maandag was de placement test, en ik had niet goed geslapen. Dit mocht de pret echter niet drukken, en mijn resultaten waren op zich wat ik ervan verwacht had. Mijn kanji waren zelfs beter dan ik verwacht had, en ik zit nu in de op een na hoogste kanji klas. Conversatieklas doe ik niet, want ik krijg daarin hopelijk genoeg ervaring door gewoon met Japanners om te gaan. We gingen ons later nog inschrijven bij de bank, en dat nam ook veel tijd in beslag. Ik heb echter nu een bankrekening waar elke maand een fijn geldbedrag in gespoten wordt. Het behoeft geen verdere uitleg dat dat nogal meui is.
Dinsdag kreeg ik mijn fiets en dat betekent dat ik sindsdien elke dag in een kwartier kan fietsen naar mijn faculteit. Ik ben eerlijk gezegd wel blij met wat beweging, en dus ook blij met mijn fiets. Ik heb ook een telefoon gekocht, wat je hier meer nodig hebt dan beademing. Ook dat duurde nogal lang, maar ik ben er zeer blij mee, en ik heb ook een telefoon-e-mail adres. Men sms't hier niet, men emailt elkaar. Dit heeft als fijn voordeel dat je ook van computer naar telefoon kunt e-mailen, wat gratis is. Mijn telefoon-e-mail adres is: staatsgreep@ezweb.ne.jp. Mochten jullie dus een dringend bericht hebben, of je vervelen, schroom dan niet hier gezellig een mailtje heen te sturen, maar verwacht geen antwoord terug. Of in ieder geval niet snel!
De afgelopen dagen zaten vol met nog meer inschrijvingen, studeren, en lol hebben met Fritsie. Zo zijn we bijvoorbeeld ook honkbal gaan oefenen in een game-center, en hebben we een tafeltennistafel overeind gezet in het hoofdgebouw van ons appartementencomplex. Gisteravond hebben Milan en ik voor het eerst gekookt voor een aantal Koreanen en een Chinees, en we hebben een redelijke hutspot voor elkaar gekregen. Vreemd genoeg heb ik nu al de hele dag buikpijn, maar dat heeft vast daar niets mee te maken! Hij was in ieder geval verdomd lekker, en dat vonden de Aziaten ook! Echter, uit eten gaan is hier goedkoper dan koken, dus dat gaan we vanavond waarschijnlijk maar weer doen.
Vandaag hadden we de openingsceremonie voor uitwisselingsstudenten, en gingen we naar het plaatselijke 防災センター rampenpreventie centrum, waar iedereen heen moet sinds een aardbeving van 3 jaar geleden. Dit betekende dus dat wij een uur lang werden rondgeleid en behandeld als basisscholieren, die hier het normale publiek waren, en ook vandaag voldoende aanwezig waren. Milan en ik waren dus heel erg eng, want we zijn allebei 1.90 meter. Ook hierom veel gelach, en na een simulatie van een aardbeving en een taifoon te zijn ondergaan keerden wij terug op de universiteit waar ik nu zit te werken aan mijn blog.
Mijn algemene ervaring hier is dat het moeilijk gaat worden, en dat ik nog heel veel moet leren. Zeker met een jaargenoot als Milan, die Japanse taal eet als warm brood, en een Japans vriendinnetje heeft, is het soms moeilijk om steeds maar overal taalgewijs achteraan te moeten hollen, maar ik leer snel, en ik word al een stuk beter in het luisteren naar Japans, en eigenlijk gaat alles met een raketvaart vooruit. Ik heb dus eigenlijk niets te klagen, en ik kijk met een gezonde nervositeit uit naar dit collegejaar, wat volgende week toch echt zal gaan beginnen!
Tot later, en groeten.
Laat ik beginnen met uit te leggen waarom deze blog zo lang op zich liet wachten. Behalve de onontkoombare afname van het aantal interessante nieuws, is er ook het nare feit dat ik nog geen internet heb. Het hoe en waarom wordt langzaam duidelijk in dit verhaal!
Ik was bij mijn vertrek uit Kyoto gebleven. Aangezien dit een redelijk lange tijd geleden is, ben ik bang dat ik daar niet meer zoveel van weet. Wat ik echter wel nog weet was het eerdergenoemde feestje wat Yuuki voor mij had georganiseerd de dinsdagavond voor mijn vertrek, en dat dat zeer geslaagd was. We zaten met een grote groep Amerikanen, Yuuki, Atsushi (een briljante dude die in Utrecht had gestudeerd) en Angel, en hebben onder het genot van een aanzienlijke hoeveelheid gerstenat wat Japans gebraden vlees naarbinnen gewerkt. Het werd steeds gezelliger, en na alle liflafjes zat iedereen toch vol en gingen wij verder naar een nabijgelegen filiaal van de Moonwalk, een bar waar alle coctails 1.40 euro kosten, en gingen we ons daar verder beschenken. Al met al was het een hele gezellige avond, en het leuke aan Japan is dat je vroeg begint en vroeg eindigt, zodat je de volgende dag nog wel wat hebt aan je dag. We namen dan ook de bus van rond elven en lagen netjes klokslag 12 op 1 oor. Wat niet verkeerd was, want Angel moest weer vroeg op, en ik dus ook, want hij moest de sleutel meenemen. Dit resulteerde in het feit dat ik met mijn bloederig grote koffer, gevuld met ondertussen meer dan de eerdere 31 kilo en mijn laptoptas, mij sleepte naar het dichtstbijzijnde station. De dag was echter nog jong, en mijn trein zou pas in de middag vertrekken, dus ik ging nog een weinig studeren in een leuke koffiebar die daar in de buurt was. Het afscheid van Angel was overigens wel grappig, want we gingen voor zijn huis gewoon allebei de andere kant op, met het vreemde gevoel dat we elkaar die avond toch wel weer gingen zien. Dat was dit keer echt niet zo, want rond kwart voor twaalf zat ik toch echt op de Shinkansen naar mijn eindbestemming: Fukuoka! In de trein begon het toch eindelijk tot me door te dringen dat de vakantie voorbij was, en dat het echte werk zou gaan beginnen. Met wat zenuwen in mijn buik zat ik dan ook slapeloos naar buiten te kijken terwijl we de vallei van Kyoto uitreden, terugdenkend aan een geweldige tijd met Angel en Yuuki, en hopend dat ik ook dit soort vrienden zou maken in Fukuoka. Idealiter wel Japanse vrienden, want daarvoor zijn we er toch!
Daar kwam ik dan aan, om 3 uur 's middags, in de stad waar het allemaal ging gebeuren. Het weer was, zeker vergeleken met Nederland, maar ook met Kyoto, verrukkelijk! Een prettige 25 graden, en een vriendelijke man die me bij de uitgang stond op te wachten met de vraag of ik Hendrik san was. Na hem uitgelegd te hebben dat het daar wel bij in de buurt kwam, gingen we met de taxi op weg. Mijn eerste impressie (eigenlijk mijn tweede, want ik was er al eens geweest 3 jaar geleden), was eigenlijk al de goede. Fukuoka is een stad met een fijn klimaat, en het ligt leuk aan zee, maar het is geen mooie stad. Er is ruimte, de mensen zijn aardig, en dat maakt de stad ook fijn. Het is wel duidelijk dat Fukuoka een plek is om te wonen, en niet om te bezoeken als toerist, in ieder geval niet in de mate van Tokyo en Kyoto. Alle gebouwen zijn betonnen flats in verschillende soorten en maten, met als treurige hoogtepunt onze universiteitscampus en het appartementencomplex waarin de uitwisselingsstudenten wonen.
In mooi weer ziet alles er echter leuk uit, en aangezien ik een hoop aan mijn hoofd had en heb, geef ik er eigenlijk niet zo om.
De taxirit eindigde op het appartementencomplex, waar ik al goed begon: ik haalde mijn vinger grandioos open aan de veel te zware koffer, waarop er meteen een hulpteam van twee Japanners kwam om een pleister om mijn vinger te winden. Het hoofdgebouw binnenlopende zag ik Milan zitten, die ook net aan was gekomen met het vliegtuig. We namen de nodige papieren door, zetten handtekeningen waar nodig was, en toen werd ik naar mijn kamer geleid. Aldaar ontmoette ik mijn tutor, die me zou ophalen van de trein, maar te laat was omdat z'n horloge nog op Chinese tijd stond. Dit markeert ook al meteen zijn persoonlijkheid een beetje. Hij heet Takahiro, studeert geneeskunde en het leek hem wel leuk om tutor te worden van een uitwisselingsstudent. Hij is echt een ongelooflijk relaxte kerel, maar hielp me wel goed met het doen van de inkopen bij de naburige shopping mall, en met het inrichten van mijn kamer. Naderhand gingen we ook nog de spullen ophalen die de vorige Leydsche studente die hier zat had achter gelaten, en die bleken meer dan voldoende om mijn kamer mee in te richten. Zo had ik dus aan het eind van de dag van aankomst schier voldoende accessoires voor het kleine appartementje dat ik een jaar mijn heimat mocht noemen. Ik noem het klein, maar het is op zich best fijn. Het heeft een balkon, een bed met een kapotte beddenla, een brak bureau, en een gat in de muur, maar het heeft ook karakter, deels te danken aan de pittoreske tl-buis en mijn plastic vloerbedekking. De komende dagen zou ik echter nog veel inkopen doen om het plaatje toch wat completer te maken. Inkopen zoals daar zijn: een elektrische tandenborstel, wasmiddel, een computermuis en dat soort kleine dingen. Het is misschien goed te vermelden dat ons appartementencomplex op 5 minuten loopafstand ligt van de eerdergenoemde shopping mall, en dat zich daar ook een gigantische supermarkt bevindt. Ook is het grappig te vermelden dat hoewel Milan en ik hadden aangegeven liever niet naast elkaar te wonen, dat wel is gebeurd en we daar nu ook wel tevreden mee zijn, ook al is het misschien niet altijd beter voor ons Japans. Daarbuiten praten we echter alleen maar Japans, en ik krijg dan ook veel oefening, en word dag in dag uit geconfronteerd met het feit dat ik nog zoveel te leren heb. Je zou er bijna de controller van neerleggen, maar zo ver gaat het niet komen! Het is namelijk ook een heerlijk gevoel om grappen in het Japans over te kunnen brengen, en als het lukt om jouw statement over euthenasie naar buiten te werken, hoewel ik daar soms wel nog mijn handen en voeten als ondersteuning nodig heb.
Dag twee in Fukuoka gebeurde er meteen niet zoveel, omdat dit ook nog een dag was voor studenten om te arriveren. Daarom gingen Milan en ik nog maar dingen inkopen die in ons hoofd waren opgekomen, aten we wat, en gingen we wat chillen. We waren allebei redelijk moe van de vorige dag, dus een rustdagje was wel fijn. Zeker omdat we de volgende dag vroeg opmoesten om ons in te schrijven bij allerlei instanties. Het was op deze dag dat ik Fritsie ontmoette. Een man uit een stuk, een kerel uit duizenden, een geweldenaar, en een Koreaan. Z'n echte naam is Min Song, maar de uitspraak daarvan was raar, en hij is gewoon gemaakt om Fritsie te heten. Hij weet nu ook hoe hij dat moet zeggen ("Ik ben Fritsie"), tot groot vermaak van Milan en mij. De twee andere Europese studenten die ons programma meelopen zijn Diego, een Italiaan, en Jakob, een Duitser. Behalve dat zijn er vooral Chinezen en Koreanen, of andere Aziaten. Dit is fijn, want dan moeten we wel Japans met ze praten. Het zijn ook vooral vrouwen, wat ook vermakelijk is, alhoewel ik toch niet voor het Aziatische gemaakt ben, zo merk ik. In ieder geval ga ik hier vooral om met Milan en Fritsie en Diego, maar eigenlijk gaan alle studenten van mijn programma (genaamd JLCC, Japanese Language and Culture Course), veel met elkaar om. We eten samen, vertalen samen onze formulieren, en drinken samen op het strand op 5 minuten loopafstand van ons appartement. Nogal mooi.
Wat er dat weekend gebeurde weet ik niet meer precies, omdat de dagen een beetje op elkaar leken. Shoppen, chillen, studeren, en internetten in het naburige park. Momenteel zijn we bezig met inschrijven voor een bepaalde internetconnectie, maar dit zal nog 3 weken duren, dus we moeten het nu zonder doen. Echter, in de buurt is een park waar in een van de appartementen een kerel woont die zo aardig is geen wachtwoord te hebben op zijn draadloze netwerk, dus zie je er soms wel 10 studenten zitten met laptops, rond 9 uur 's avonds. Een zeer grappig gezicht. Ik herinner me echter wel dat we die zondag nog een Tenjin Tour hadden, wat betekende dat we naar het centrum van Fukuoka gingen, om daar wat "belangrijke" plaatsen te bezoeken. Het was zeer nutteloos, maar het feit dat mijn tutor mee was maakte alles weer goed, en ik heb goed en veel gelachen.
Die maandag was de placement test, en ik had niet goed geslapen. Dit mocht de pret echter niet drukken, en mijn resultaten waren op zich wat ik ervan verwacht had. Mijn kanji waren zelfs beter dan ik verwacht had, en ik zit nu in de op een na hoogste kanji klas. Conversatieklas doe ik niet, want ik krijg daarin hopelijk genoeg ervaring door gewoon met Japanners om te gaan. We gingen ons later nog inschrijven bij de bank, en dat nam ook veel tijd in beslag. Ik heb echter nu een bankrekening waar elke maand een fijn geldbedrag in gespoten wordt. Het behoeft geen verdere uitleg dat dat nogal meui is.
Dinsdag kreeg ik mijn fiets en dat betekent dat ik sindsdien elke dag in een kwartier kan fietsen naar mijn faculteit. Ik ben eerlijk gezegd wel blij met wat beweging, en dus ook blij met mijn fiets. Ik heb ook een telefoon gekocht, wat je hier meer nodig hebt dan beademing. Ook dat duurde nogal lang, maar ik ben er zeer blij mee, en ik heb ook een telefoon-e-mail adres. Men sms't hier niet, men emailt elkaar. Dit heeft als fijn voordeel dat je ook van computer naar telefoon kunt e-mailen, wat gratis is. Mijn telefoon-e-mail adres is: staatsgreep@ezweb.ne.jp. Mochten jullie dus een dringend bericht hebben, of je vervelen, schroom dan niet hier gezellig een mailtje heen te sturen, maar verwacht geen antwoord terug. Of in ieder geval niet snel!
De afgelopen dagen zaten vol met nog meer inschrijvingen, studeren, en lol hebben met Fritsie. Zo zijn we bijvoorbeeld ook honkbal gaan oefenen in een game-center, en hebben we een tafeltennistafel overeind gezet in het hoofdgebouw van ons appartementencomplex. Gisteravond hebben Milan en ik voor het eerst gekookt voor een aantal Koreanen en een Chinees, en we hebben een redelijke hutspot voor elkaar gekregen. Vreemd genoeg heb ik nu al de hele dag buikpijn, maar dat heeft vast daar niets mee te maken! Hij was in ieder geval verdomd lekker, en dat vonden de Aziaten ook! Echter, uit eten gaan is hier goedkoper dan koken, dus dat gaan we vanavond waarschijnlijk maar weer doen.
Vandaag hadden we de openingsceremonie voor uitwisselingsstudenten, en gingen we naar het plaatselijke 防災センター rampenpreventie centrum, waar iedereen heen moet sinds een aardbeving van 3 jaar geleden. Dit betekende dus dat wij een uur lang werden rondgeleid en behandeld als basisscholieren, die hier het normale publiek waren, en ook vandaag voldoende aanwezig waren. Milan en ik waren dus heel erg eng, want we zijn allebei 1.90 meter. Ook hierom veel gelach, en na een simulatie van een aardbeving en een taifoon te zijn ondergaan keerden wij terug op de universiteit waar ik nu zit te werken aan mijn blog.
Mijn algemene ervaring hier is dat het moeilijk gaat worden, en dat ik nog heel veel moet leren. Zeker met een jaargenoot als Milan, die Japanse taal eet als warm brood, en een Japans vriendinnetje heeft, is het soms moeilijk om steeds maar overal taalgewijs achteraan te moeten hollen, maar ik leer snel, en ik word al een stuk beter in het luisteren naar Japans, en eigenlijk gaat alles met een raketvaart vooruit. Ik heb dus eigenlijk niets te klagen, en ik kijk met een gezonde nervositeit uit naar dit collegejaar, wat volgende week toch echt zal gaan beginnen!
Tot later, en groeten.
Abonneren op:
Posts (Atom)